Het Europese Hof van Justitie heeft op 6 februari 2018 een belangrijk arrest gewezen over de zogenoemde A1-verklaring. Een A1-verklaring wordt afgegeven door de lidstaat waar de werknemer woont en daarin wordt verklaard dat de socialeverzekeringswetgeving van die lidstaat van toepassing blijft, bijvoorbeeld bij detachering naar een andere lidstaat.

Volgens vaste jurisprudentie van het EU HvJ is een afgegeven A1-verklaring bindend (ook voor de rechter) en mag erop worden vertrouwd, totdat de A1 verklaring is ingetrokken of ongeldig is verklaard door de afgevende instantie. Dit is zelfs het geval indien de A1-verklaring is afgegeven op basis van een verkeerde toepassing van een bepaald verdrag.

Een van de voorwaarden voor het verkrijgen van een detacheringsbewijs (A1-verklaring) is dat de werkgever in het land van vestiging activiteiten van betekenis verricht. Van dat laatste was in de kwestie voor het hof geen sprake; de activiteiten van de Bulgaarse werkgever bestonden slechts uit het in onderaanneming verrichten van werkzaamheden in België waarvoor de werknemers werden gedetacheerd; in Bulgarije werden geen activiteiten verricht. De Bulgaarse werkgever heeft deze feiten bij de aanvraag echter opzettelijk niet vermeld. De Bulgaarse autoriteiten hadden op basis van die (later in een procedure vastgestelde werkelijke feiten) geen A1-verklaring mogen afgeven.

Als de werkstaat twijfels heeft over de juistheid van de gegevens op basis waarvan de A1-verklaring is afgegeven, moet de instantie die de verklaring heeft afgegeven de feiten opnieuw zorgvuldig beoordelen. De Bulgaarse autoriteiten reageerden echter niet op de verzoeken van België en de door België aangedragen feiten.

Het EU HvJ heeft nu beslist dat de rechter de afgegeven A1-verklaringen mag negeren in een procedure tegen de van dergelijke fraude verdachte personen.

Op zich een terechte uitspraak in de strijd tegen sociale dumping. Wij vragen ons echter wel af of de uitspraak er ook toe leidt dat de aannemer/inlener die zaken doet met een dergelijke frauduleus handelende werkgever ook kan worden geconfronteerd met (inleners- of keten)aansprakelijkheid voor de ten onterechte niet afgedragen (Nederlandse) premies. De tijd zal het leren.