Recent kreeg ik een casus voorgelegd waarbij de cliënte van onze cliënte op zeer korte termijn een holdingmaatschappij wenste te creëren. In deze situatie waren de meest voorkomende mogelijkheden om dat te realiseren: verkoop, bedrijfsfusie, binnen fiscale eenheid en afsplitsing, niet gewenst.

Situatie

Het gaat hier om mevrouw X, dga en bestuurder van A bv. A bv voert bewind voor meerdere cliënten. De rechtbank heeft A bv voor elke afzonderlijke bewindvoering goedkeuring verleend. A bv heeft enkele tonnen overige reserves. Mevrouw X heeft maar één bv en wenst nu toch graag een holdingstructuur. Dit speelde in mei jl. X wilde het snel, voor half juni jl. in verband met haar op handen zijnde vakantie.

Vraag

Hoe te handelen zonder dat er:

  1. Belastingheffing optreedt over de verschillen tussen de werkelijke waarde van A bv en de fiscale verkrijgingsprijs;
  2. Goedkeuring van de rechtbank verkregen moet worden.

Bevindingen

  1. Bij verkoop van de aandelen aan een nieuw op te richten holding moet afgerekend worden over de werkelijke waarde van A bv en de fiscale verkrijgingsprijs.
  2. Bij uitzakking via een bedrijfsfusie (art. 14 Wet op de Vennootschapsbelasting 1969) en uitzak binnen fiscale eenheid (art. 15 Wet op de Vennootschapsbelasting 1969) zal toestemming aan de rechtbank gevraagd moeten worden voor omzetting van de contracten. Dit is een langdurig traject. Half juni is niet haalbaar.
  3. Bij een juridische splitsing moet publicatie in een landelijk dagblad plaatsvinden. Dan moet er een maand daarna een verklaring van geen verzet (non verzet) worden opgevraagd bij de rechtbank. Die tijd was er niet meer.

Oplossing in deze casus

X richt een nieuwe bv op: Holding bv. Vervolgens vindt er een aandelenfusie plaats. X draagt haar aandelen in A bv over aan Holding bv waartegenover Holding bv eigen aandelen uitreikt aan de inbrenger (aandelenruil), X. De overdracht vormt weliswaar een vervreemding voor mevrouw X die leidt tot (winst-)realisatie van stille reserves. Zij kan echter gebruikmaken van de aandelenfusiefaciliteit uit art. 3.55 Wet IB 2001. Met gebruikmaking van artikel 4.42 Wet IB 2001 wordt de belastingclaim doorgeschoven bij inbreng van het meerderheidsbelang in A bv tegen uitreiking van aandelen (aandelenfusie). Tevens wordt het vervreemdingsvoordeel niet in aanmerking genomen. De verkrijgende vennootschap dient de aandelen te boek te stellen voor de fiscale boekwaarde die gold voor de overgedragen aandelen.

Voorwaarden toepassing aandelenfusiefaciliteit

De verkrijgende vennootschap dient de meerderheid van de stemrechten te verkrijgen en de fusie mag niet in overwegende mate gericht zijn op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Er kan een verzoek worden ingediend bij de belastingdienst om vooraf duidelijkheid te krijgen over de vraag of sprake is van een kwalificerende aandelenfusie. In dit geval koos cliënte gezien de te beperkte tijd niet voor vooroverleg.

Conclusie

Een aandelenruil is in dit geval een aantrekkelijke en snelle mogelijkheid om een holdingstructuur tot stand te brengen zonder belastingheffing en zonder dat lopende contracten omgezet hoeven worden.

Voor vragen hierover kunt u contact opnemen met drs. Anita van den Bosch RB, a.van.den.bosch@fullfinance.nl of tel.: 055 – 355 99 79.