Aanpassing eigenwoningverleden bij partners

Stel: partners kopen samen een eigen woning, maar tenminste één van de partners heeft al eerder een eigen woning gehad. Dit kan tot onbedoelde fiscale effecten leiden, die door de staatssecretaris van Financiën werden ‘(h)erkend’ tijdens de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel 33.987 (Beperking wettelijke gemeenschap van goederen). Frappant, omdat het onbedoelde effect losstaat van het wetsvoorstel beperking wettelijke gemeenschap, maar voortvloeit uit de wijzigingen in de eigenwoningregeling per 1 januari 2013 (die tot een hele ingewikkelde eigenwoningregeling hebben geleid).

Tijdens de parlementaire behandeling werd het volgende voorbeeld aangehaald: Twee partners X en Y kopen samen een huis van € 200.000, gezamenlijk (50-50) gefinancierd door deels een annuïteitenhypotheek (€ 100.000), een deel aflossingsvrije hypotheek (€ 50.000) en een deel eigen vermogen (€ 50.000), zijnde de door de X behaalde eigenwoningreserve bij verkoop van zijn voormalige eigen woning. Of de staatssecretaris wilde uitleggen hoe dit fiscaal uitpakt als partners ongehuwd gaan samenwonen, in gemeenschap van goederen zijn gehuwd (volgens het oude regime tot en met 2017), dan wel in beperkte gemeenschap van goederen gaan huwen vanaf 1 januari 2018?

Conclusie: een eigenwoningverleden (de eigenwoningreserve, de reeds verstreken looptijd, de aflossingsstand en het overgangsrecht eigen woning) blijft in alle gevallen gelden voor de partner met de verkochte woning. Dit leidt er dan toe dat in de nieuwe situatie voor X van zijn aandeel in de schuld van € 75.000 slechts € 50.000 wordt aangemerkt als (bestaande) eigen woningschuld en € 25.000 in box 3 valt vanwege zijn eigenwoningreserve. Voor partner Y geldt dat slechts € 50.000 als eigenwoningschuld wordt aangemerkt (en € 25.000 in box 3 zit omdat dit deel niet aan de aflossingseis voldoet).

De staatssecretaris gaf aan dat de toepassing van de eigenwoningreserve bij gezamenlijke financiering leidt tot een niet gewenste uitkomst (terwijl het bedrag van de eigenwoningreserve volledig wordt ingezet voor de financiering van de gezamenlijke woning) en zegde toe te bezien in hoeverre deze uitwerking meer in lijn kan worden gebracht met de doelstelling van de bijleenregeling.

Middels een besluit van 30 januari 2018 is goedkeurend beleid gepubliceerd. De niet beoogde beperking van de renteaftrek (als gevolg van een bestaande eigenwoningreserve of het niet volledig kunnen voortzetten van een bestaande eigenwoningschuld) wordt op verzoek tenietgedaan als partners verzoeken om het eigenwoningverleden bij helfte te verdelen. Voorwaarde is wel dat de partners gezamenlijk een eigen woning kopen én financieren in een 50/50 verhouding en dat zij beiden akkoord zijn met toepassing van de regeling (door de eigenwoningreserve en eigenwoningrente op deze manier in de aangifte op te nemen), waarbij taxlive.nl d.d. 5 februari 2018 aanvullend meldt dat Financiën toezegt dat fiscale partners altijd het saldo van de inkomsten en aftrekbare kosten van de eigen woning naar keuze kunnen verdelen.

Het gaat in het besluit om fiscale partners in het algemeen (dus partners die voor 2018 getrouwd zijn, onder het nieuwe regime trouwen, maar ook samenwoners).

Let op: de ruimere werking van het overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden heeft ook een keerzijde. De maximale periode van renteaftrek (30 jaar) is door de partner met de ‘oude’ eigen woning al deels benut, en bij toepassing van de goedkeuring neemt de andere partner deze historie ook over. Zonder gebruik van de goedkeuring zou voor de andere partner voor diens aandeel in de schuld een nieuwe termijn van 30 jaar renteaftrek ontstaan. Als geen behoefte bestaat aan (voortzetten van) de aflossingsvrije lening (voortzetting van het overgangsrecht), dan kan overwogen worden om de nieuwe woning geheel via een annuïtaire hypotheek te financieren en partner Y een nieuwe termijn van 30 jaar renteaftrek te gunnen.

NB. Bij boedelmenging door het huwelijk (waarbij de woning en de schuld in de gemeenschap vallen) wordt het eigenwoningverleden – net als bij toepassing van de goedkeuring – tussen beide partners verdeeld.

De goedkeuring geldt met ingang van 1 januari 2013. Staat de aanslag al onherroepelijk vast, dan is het mogelijk (binnen vijf jaar na afloop van het betreffende belastingjaar) gezamenlijk een verzoek tot ambtshalve vermindering in te dienen.

Voor situaties die niet in het besluit worden genoemd (denk aan een andere eigendom- of schuldverhouding) kunnen partners zich gezamenlijk wenden tot de Belastingdienst en zal worden beoordeeld of ook in die situaties sprake is van een niet-beoogde beperking van de aftrek van de eigenwoningrente.

Hopelijk komt de staatssecretaris ook nog eens op het idee om bij echtscheiding de eigenwoningregeling te versoepelen opdat partners kunnen kiezen wie het overgangsrecht voor de bestaande eigenwoningschuld meeneemt.

Voor vragen over de eigenwoningregeling, kunt u contact opnemen met mr. Sandra Twigt (055-3559979 of s.twigt@fullfinance.nl).

2018-02-15T09:22:00+00:00