Zoals u wellicht hebt gelezen hebben Full•Finance en de NOAB gezamenlijk in de consultatieperiode commentaar geleverd op de het ontwerp van het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018.

Naar aanleiding van het door meerdere partijen ingeleverde commentaar is het besluit met name bij de bepaling wie moet worden aangemerkt als uiteindelijke belanghebbende (UBO) behoorlijk aangepast. Afgelopen vrijdag (6 april 2018)  is het gewijzigde Uitvoeringsbesluit gepubliceerd.

Met de wijzigingen is het besluit duidelijker en ook eenduidiger geworden.

Wie moet nu als uiteindelijke belanghebbende worden aangemerkt?

Dat is voor bijna alle soorten rechtspersonen gelijkgetrokken.
Als eerste is er het criterium van de eigendom en de zeggenschap. Als een natuurlijk persoon meer dan 25% van de eigendom en/of de zeggenschap heeft is er sprake van een uiteindelijke belanghebbende. Let op, dit zeggenschapscriterium geldt dus ook voor stichtingen en verenigingen.

Als op basis van deze criteria geen uiteindelijke belanghebbende aan te wijzen is, wordt de hoger leidinggevende als UBO aangemerkt. De definitie van een hoger leidinggevende staat in de wet. Dat is in ieder geval de beleidsbepaler van de organisatie en/of iemand die daar direct onder functioneert en wiens werkzaamheden van invloed kunnen zijn op het blootgesteld worden aan het risico van witwassen en financieren van terrorisme van de cliënt.

Een voorbeeld van de beleidsbepaler is de directeur of de bestuurder. Iemand die daar net onder functioneert kan bijvoorbeeld zijn: een hoofd verkoop die in het buitenland grote projecten aan de man brengt en afspraken mag maken over provisies.

Onze tweede belangrijke opmerking in de consultatie ging over de onduidelijkheid en de verhoogde administratieve last van het verplicht melden van alle transacties met aangewezen landen. Helaas is er van deze bepaling geen aangepaste definitie in het besluit opgenomen.

In het besluit staat dat alle transacties van of ten behoeve van een (rechts)persoon die in een aangewezen land woont of gevestigd is moet worden gemeld. Een van die landen is Sri Lanka.

Stel nu dat u een thee-importeur als cliënt hebt. Dan zou de tekst zoals die nu is gesteld inhouden dat alle betalingen die uw cliënt doet aan zijn leverancier in Sri Lanka verplicht moeten worden gemeld, ook al vindt u die absoluut niet ongebruikelijk.

Het commentaar van de minister is dat de consequentie van de nieuwe wet inderdaad is dat er meer meldingen moeten worden gedaan en dat dit een verhoging oplevert van de administratieve lasten.

De vraag is nu of bij alle cliënten actief op zoek moet worden gegaan naar dit soort transacties of dat dit afhankelijk mag zijn van de risico-inschatting die u van de cliënt hebt gemaakt. Dat zou in ieder geval ons standpunt zijn. Wij zullen na het ingaan van Uitvoeringsbesluit Wwft contact opnemen met het Bureau Financieel Toezicht om te vragen of daar ons standpunt wordt gedeeld.