Per 1 januari 2017 wordt in box 3 het forfaitaire rendement (1,63% en 5,39%) berekend over twee rendementsklassen (resp. I en II) verdeeld over drie vermogenscategorieën. Achterliggende gedachte: bij meer vermogen belegt men eerder risicovoller (en heb je ook – kans op – een hoger rendement). Er zijn dus extra veronderstellingen (ficties) toegevoegd ten opzichte van het tot 1 januari 2017 geldende systeem in box 3 (één forfaitair rendement van 4% ongeacht de omvang van de beleggingen).

Heffing op spaarsaldi in box 3 onder het oude regime (4% forfaitair rendement) was aangewezen als massaal bezwaar. Alle lopende (proef)procedures betreffen de belastingjaren tot en met 2016 en de Hoge Raad moet nog oordelen op de voorliggende proefprocedures.

De Bond van Belastingbetalers heeft begin mei 2018 belastingplichtigen opgeroepen om (wederom) bezwaar te maken tegen de vermogensrendementsheffing (2017). De staatssecretaris verwacht dat veel belastingplichtigen bezwaar gaan maken en heeft een nieuwe massaalbezwaarprocedure aangewezen. De aanwijzing is in werking getreden op 14 juli 2018 en werkt terug tot en met 7 juli 2018.

Het betreft de volgende rechtsvraag:

“Is de vermogensrendementsheffing in het belastingjaar 2017, uitgaande van de forfaitaire elementen van het stelsel, in onderlinge samenhang en met inachtneming van het heffingsvrije vermogen en het belastingtarief van 30%, op regelniveau in strijd met:

  1. Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), zonder dat de schending van de ‘fair balance’ op het niveau van de individuele belastingplichtige wordt beoordeeld; of
  2. Het disciminatieverbod van artikel 14 EVRM?”

Wettelijke regeling

Op basis van de wettelijke regeling van het massaal bezwaar (artikelen 25c tot en met 25f AWR) moet er altijd een bezwaarschrift worden ingediend. Zonder (tijdig) ingediend bezwaarschrift doe je niet mee (en lift je ook niet mee met een gunstige uitkomst). Met ingang van 1 januari 2016 is de massaalbezwaarprocedure veranderd (voordien was een individueel bezwaarschrift niet nodig).

Het bezwaar moet ook tijdig worden ingediend. Tijdig is als ten tijde van de dagtekening van het besluit (7 juli 2018) nog geen uitspraak is gedaan. Het bezwaarschrift is ook tijdig als het tot en met de dag voorafgaande aan de dag waarop de collectieve uitspraak wordt gedaan, is ingediend. Voor bezwaarschriften tegen de definitieve aanslag IB 2017, die zijn ingediend vóór 15 juli 2018 en zijn gericht tegen de berekening van de rendementsheffing, heeft de staatssecretaris eerder al bepaald dat deze worden behandeld als een tijdig ingediend bezwaarschrift.

Opmerkelijk

De nieuwe massaalbezwaaraanwijzing ziet op alle bezittingen in box 3 en dus niet alleen op de spaarsaldi!

Massaal bezwaar versus individuele en excessieve last

Bij een massaal bezwaar gaat het om de ‘massa’, de naam zegt het al. Individuele aspecten worden daarbij niet meegewogen. Vandaar dat (zie punt 1 hiervoor) geen rekening wordt gehouden met de schending van de ‘fair balance’ op het niveau van de individuele belastingplichtige. De ‘fair balance’ (waarvan de individuele en excessieve last deel van uitmaakt) komt uit het EVRM. Dat is Europese regelgeving waar belastingplichtigen een beroep op kunnen doen en waar de Nederlandse rechter de Nederlandse wet aan moet toetsen.

De belastingplichtige maakt in een bezwaarprocedure de meeste kans als hij kan aantonen dat in zijn individuele geval een inbreuk plaatsvindt op het eigendomsrecht (omdat de belastingheffing in geen verhouding staat tot de opbrengst; de individuele en excessieve last). Dit argument kan dus niet worden gebruikt in de massaalbezwaarprocedure. Als een belastingplichtige van mening is dat in zijn geval de vermogensrendementsheffing een individuele en excessieve last vormt die in strijd is met de ‘fair balance’, kan hij niet deelnemen aan de massaalbezwaarprocedure. Deze belastingplichtige moet dan een individueel bezwaarschrift indienen dat voldoet aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht.

Kans van slagen?

De kans van slagen lijkt, mede gezien de huidige jurisprudentie, niet groot. De meeste kans van slagen biedt een beroep op het argument van de individuele buitensporige last. Daarvoor is volgens de staatssecretaris binnen de massaalbezwaarprocedure geen ruimte en dient individueel en gemotiveerd bezwaar gemaakt te worden (met de kans dat in volle omvang moet worden geprocedeerd).