In de Verzamelwet VWS 2020 is nu in de Zorgverzekeringswet het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2018, nr. 17/03140 gecodificeerd. In het arrest besliste de Hoge Raad dat in het geval van een ondernemer die zijn oudedagsreserve omzet in een lijfrentepremie, deze lijfrentepremie in mindering komt op het bijdrage-inkomen voor de Zorgverzekeringswet.

Artikel 43, lid 2, onderdeel b van de Zorgverzekeringswet komt nu als volgt te luiden:

b.
belastbare winst uit onderneming, bepaald volgens de regels van afdeling 3.2. van de Wet Inkomstenbelasting 2001, met uitzondering van het bedrag dat ingevolge artikel 3.70, tweede lid, van die wet in de winst wordt opgenomen ter zake van de afname van de oudedagsreserve als bedoeld in artikel 3.70, eerste lid, aanhef en onderdeel a. van wet;

Hierbij kunnen de opmerkingen worden geplaatst:

  • de wijziging geldt alleen voor de afname van de oudedagsreserve op grond van artikel 3.70, lid 1 Wet IB 2001 en niet voor elke vermindering van de oudedagsreserve;
  • de vermindering van het bijdrage-inkomen geldt voor het bedrag dat als inkomensvoorziening in aanmerking is genomen (artikel 3.128 Wet IB 2001) en niet voor het bedrag (na eventuele toepassing van de mkb-winstvrijstelling) dat tot de winst is gerekend.

Bij het invullen van de aangifte inkomstenbelasting moet er dus op gelet worden dat het ‘juiste hokje wordt aangekruist’ en in geval van staking (bijvoorbeeld bij omzetting van de IB-onderneming in een bv-structuur) moet worden vastgelegd dat de lijfrentepremieaftrek (mede) plaats vindt op grond van artikel 3.128 Wet IB 2001.

Voor vragen kunt u contact opnemen met Rob Lendering RB (r.lendering@fullfinance.nl) of 055-3559979.

Bron: Wet van 5 februari 2020, Stb. 2020, 67

Publicatiedatum: 11 maart 2020