Afgelopen week heeft de Tweede Kamer gestemd over het Belastingpakket 2018. De voorstellen zijn alle aangenomen (dus inclusief het te elfder ure ingediende Wetsvoorstel gefaseerde afschaffing Hillen-aftrek) en daarmee zijn ook de eerste aanpassingen op grond van het Regeerakkoord in wetgeving omgezet.

Vermeldenswaardig zijn ook de aangenomen amendementen. Enkele daarvan verdienen een nadere toelichting:

  • BP 2018: nummer 34: de aansprakelijkstelling voor de pand- of hypotheekhouder voor de niet verschuldigde omzetbelasting bij de levering van (on)roerend goed wordt gekoppeld aan een tegenbewijsregeling: dus er is alleen aansprakelijkheid als de pand- of hypotheekhouder niet wist of behoorde te weten dat de omzetbelasting niet of niet volledig door de belastingschuldige is of zal worden voldaan. Een terechte aanpassing aangezien Europese rechtspraak (HvJ EU 21 december 2011, nr. C-499/10, V-N2012/8.24) bepaalt dat een onvoorwaardelijke aansprakelijkheid zonder de mogelijkheid van tegenbewijs voor een aansprakelijkgestelde die volledig buiten de handelingen staat van degene die de belasting had moeten betalen, in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.
  • OFM 2018: nummer 9: de multiplier voor de giftenaftrek (culturele instellingen) wordt structureel (in plaats van slechts één jaar).
  • OFM 2018: nummer 15: de inkeerregeling (artikel 67n AWR) blijft bestaan en wordt alleen afgeschaft voor verzwegen inkomen uit sparen en beleggen dat in het buitenland is opgekomen. Een terechte aanpassing: een belastingplichtige die onjuist of onvolledig aangifte heeft gedaan en daar tijdig op terugkomt, moet op clementie kunnen rekenen (anders dan een strafverminderende omstandigheid). Bij toenemende internationale gegevensuitwisseling en de in het verleden geboden mogelijkheden aan buitenlandse ‘spaarders’ om vergrijpboetevrij (of tegen een relatief lichte boete) in te kunnen keren, is het ons inziens gepast om alleen deze groep uit te sluiten van de inkeerregeling.
  • En last but not least: amendement nummer 18. Er komt geen aanpassing van de artikelen 1, 6 en 11 van de Successiewet. Een prima amendement van de heer Omtzigt (CDA). Dus geen wetgeving die een schenking herkent bij een vermogensoverdracht bij huwelijk of samenlevingscontract van meer dan de helft van het gezamenlijke vermogen. Een terecht amendement waarmee een vaste lijn van de jurisprudentie van de Hoge Raad wordt voortgezet. Aanpassen van huwelijkse voorwaarden leidt volgens de Hoge Raad pas tot een schenking als er sprake is van een voltooide vermogensovergang. Voortijdig heffen bij het aanpassen van huwelijkse voorwaarden of een notarieel samenlevingscontract (zoals het OFM beoogde) leidt tot een directe schenking, terwijl nog niet vaststaat dat aan het ‘eind van de rit’ de begiftigde ook inderdaad rijker is geworden. Een product van slechte wetgeving, waarschijnlijk gevoed door een zeer gering aantal praktijkgevallen van ongepast gebruik, waarvoor andere bestrijdingsmiddelen ter beschikking staan en wetgeving achterwege kan blijven.

Ja, dit is de eerste horde. Nu is de Eerste Kamer aan zet. Qua tijdsplanning nog prima op schema, maar de ervaring van de laatste jaren leert dat ook daar nog van alles mogelijk is. Uiteraard houden we u op de hoogte.

Voor vragen of inlichtingen kunt u contact opnemen met Sandra Twigt (s.twigt@fullfinance.nl) of Bert Driessen (b.driessen@fullfinance.nl) of telefonisch (055-3559979).