Onlangs zijn nieuwe beleidsregels gepubliceerd in verband met de handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. De aanleiding hiervoor is de wijziging van de Wet minimumloon (hierna WML) waarmee het laatste deel van de Wet aanpak schijnconstructies is geëffectueerd. Deze wijziging ziet op het verbod op inhoudingen en verrekeningen op het minimumloon. Een uitzondering geldt daarbij voor huisvesting waarvoor overigens strikte voorwaarden gelden.

Bovengenoemd verbod op inhoudingen geldt echter al sinds 1 januari 2017 maar de nieuwe boeteregels zijn pas op 10 oktober jl. gepubliceerd!

Volgens de toelichting zal geen boete worden opgelegd indien na 1 januari 2017 in strijd met de WML is gehandeld, maar deze overtreding vóór publicatie van de nieuwe boeteregels is geëindigd. Een zogenoemde herstelmaatregel kan wel worden opgelegd.

Bij een lopend onderzoek en een, na publicatie voortdurende, overtreding zal wel een boete volgen, ook als de begindatum van de overtreding vóór datum van publicatie is gelegen.

Wij vragen ons af of de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het opleggen van een boete in die situatie aanvaardbaar acht.

Deze rechter oordeelt namelijk niet altijd in het voordeel van de inspectie SZW bij slordigheden in de wet- en regelgeving, zo bleek onlangs nog in een zaak tegen een uitzendbureau. Onderzoek via een steekproef had aangetoond dat 25 werknemers (2-12 dagen) te laat waren betaald (wegens liquiditeitsproblemen). De inspectie had wegens strijd met artikel 18 b WML, waarin het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot girale uitbetaling van het minimumloon als overtreding wordt aangemerkt, een boete opgelegd van € 75.000 (25 x € 3.000) opgelegd.

De rechter oordeelde echter dat in de WML, in tegenstelling tot het Burgerlijk Wetboek (hierna BW) geen uitbetalingstijdstip staat omschreven. Het ruimer uitleggen van de WML, door daarbij ook de uitbetalingstermijn van het BW in aanmerking te nemen, zou volgens de rechter strijdigheid met het rechtszekerheidsbeginsel opleveren. Er is derhalve geen overtreding van de WML te constateren zodat de boete van tafel gaat.

Dat het ministerie van SZW niet blij was met deze uitspraak blijkt wel uit de snelle reparatie van de WML. Op het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2018 is op 2 november een nota van wijziging ingediend waarin voor het betalingstijdstip een koppeling met het BW wordt gemaakt. Met ingang van 1 januari 2018 kan niet tijdig betalen derhalve een forse boete opleveren.