In december 2017 heeft het Register Belastingadviseurs (RB) mede namens de Vereniging van Accountants- en Belastingadviesbureaus ‘VLB’ (VLB) en de Tuinbouw Accountants en Administratie Kantoren (TAAK) vragen aan het Ministerie van Financiën gesteld over de fiscale gevolgen bij de uitwerking van het Uniform Herstelkader Rentederivaten MKB (Herstelkader). Na overleg met het RB heeft het ministerie op 28 april 2018 een brief aan het RB geschreven met daarin de fiscale gevolgen van de vergoedingen die door banken aan kleine ondernemers in het kader van het Herstelkader worden betaald.

Tijdstip winstneming

Volgens het Ministerie van Financiën dient het deel van de vergoeding dat betrekking heeft op in het verleden gemaakte kosten van de rentederivaten uiterlijk bij het definitief aanvaarden van het voorstel van de bank tot de winst te worden gerekend. Veel ondernemers hebben in 2017 al een voorschot van de bank ontvangen. Bij ontvangst van het voorschot is eerdere winstneming verplicht, tenzij de betreffende ondernemer het aantoonbare voornemen heeft om het Herstelkadervoorstel van de bank in het geheel niet te accepteren. Op 19 december 2016 is het definitieve Herstelkader door de derivatencommissie gepubliceerd, waardoor voor het deel van de vergoeding dat betrekking heeft op in het verleden gemaakte kosten in 2016 al winst genomen mag worden, mits bij het opmaken van de balans en de aangifte over 2016 al een redelijke schatting is te maken van het bedrag dat ter compensatie ontvangen gaat worden.

Voor zover de vergoeding betrekking heeft op in de toekomst nog te maken kosten van de rentederivaten, dient dit deel van de vergoeding volgens het ministerie te worden te worden gepassiveerd en gedurende de resterende looptijd van rentederivaten naar tijdsgelang tot de winst gerekend te worden. Het RB vindt dat de ondernemer ook de mogelijkheid heeft om dit deel van de vergoeding ineens in de winst te laten vallen.

Geen tegemoetkoming voor verdampte verrekenbare verliezen

Het laatste deel van de brief van het Ministerie van Financiën over verliescompensatie vind ik wat onduidelijk geredigeerd. Gelet op de rest van de brief bedoelt het ministerie volgens mij dat 2016 het vroegste jaar is waarin de vergoeding uit het Herstelkader tot de winst gerekend mag worden. Binnen de normale regels van verliesverrekening is het vervolgens natuurlijk prima mogelijk dat oudere verliezen met carry-forward verrekend worden met de winst van het jaar waarin de vergoeding uit het Herstelkader wordt aangegeven.

De vergoeding uit het Herstelkader kan betrekking hebben op extra kosten voor rentederivaten vanaf 1 januari 2005. Compensabele verliezen uit de beginjaren kunnen dan voor het jaar van winstneming ter zake van de vergoeding uit het Herstelkader al verdampt zijn. Het ministerie ziet geen mogelijkheid om alsnog (een deel van) de vergoeding toe te rekenen aan deze verliesjaren. Voor zover de aanslag over het jaar 2016 nog niet onherroepelijk vaststaat, kan het in voorkomende gevallen dus aantrekkelijk zijn om de vergoeding uit het Herstelkader alsnog aan 2016 toe te rekenen om de verliesverdamping per 31 december 2016 te verminderen.

Drs. Aart Klumpenaar RB: (a.klumpenaar@fullfinance.nl).