Onder de titel ‘Onthutsing over ontwijking en ontduiking’ worden in het FD van 11 november de Paradise Papers beschreven. Paradise Papers (voornamelijk over belastingparadijzen Bermuda en de Kaaimaneilanden), een nieuwe en nog grotere onthulling van vertrouwelijke documenten over belastingparadijzen en de manieren waarop de allerrijksten hun geld bij de fiscus proberen weg te houden. Terwijl de Belastingdienst nog bezig was met het verwerken van de Panama Papers van zo’n anderhalf jaar geleden …

Kabinet Rutte III ligt onder vuur in verband met de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting. Volgens insiders een onnodig en duur gebaar, waar met name buitenlandse beleggers van profiteren. Ingeboekte derving voor de Nederlandse schatkist: € 1,4 miljard.

Ondertussen staat ook de royale Nederlandse rulingpraktijk in de schijnwerpers. Het zijn afspraken waarop u en ik en in het algemeen het mkb geen vat krijgen en ook geen gebruik van kunnen maken. Nederlandse IB-belastingplichtigen denken in maatregelen als de voorgestelde afschaffing van de Hillen-aftrek voor de eigen woning, de steeds beperktere aftrek van de eigenwoningrente (per 2023 in plaats van 2042 aftrekbaar tegen slechts afgerond 37%), het effectief eindigen van de restschuldregeling eigen woning per 1 januari 2018. Om het nog maar niet te hebben over de dure box 3-heffing ..

In het licht van de internationale fiscale constructies wil ik het met u hebben over een onderdeel van de Overige fiscale maatregelen 2018: het afschaffen van de ‘inkeerregeling’. In de Kamerbrief over de aanpak van belastingontduiking (17 januari 2017) schreef de toenmalige staatssecretaris al over het voornemen om de inkeerregeling af te schaffen als een van de maatregelen die gericht was tegen internationale constructies die worden gebruikt om belasting te ontduiken.

De inkeerregeling was al aangescherpt met de introductie van een tweejaarstermijn. Met ingang van 2 juli 2009 wordt enkel geen vergrijpboete opgelegd als aangiften die binnen twee jaar na het onjuist doen ervan, ‘vrijwillig’ zijn verbeterd. Met ingang van 1 juli 2016 bedraagt (in reactie op de Panama Papers) de vergrijpboete bij inkeer buiten deze tweejaarstermijn 40% van het wettelijke maximum van 300% (dus 120% van de verschuldigde belasting) ingeval het box 3-vermogen betreft; in overige gevallen geldt na matiging een vergrijpboete van 60% van het wettelijke maximum van 100% (dus 60% van de verschuldigde belasting). Inkeren is dus zeker niet goedkoop.

Bovenstaande regeling, vervat in artikel 67n van de AWR, komt met ingang van 1 januari 2018 te vervallen, althans als het aan het kabinet ligt.

De inkeerregeling is destijds ingevoerd omdat belastingplichtigen zich anders wegens het risico van een sanctie gedwongen zouden kunnen zien met een eenmaal begonnen ontduiking door te gaan. Dat is niet in het belang van de schatkist. Staatssecretaris Wiebes schreef in zijn brief aan de Kamer dat de inkeerregeling vanaf 2002 tot 2016 al ongeveer € 1,9 miljard heeft opgeleverd.

Onderstaand tekstblok komt uit de memorie van toelichting bij het huidige wetsvoorstel: “Het kabinet is van mening dat de inkeerregeling door de maatschappelijke opvattingen over belastingontduiking en de toegenomen pakkans is achterhaald. Ook internationaal heerst de opvatting dat belastingontduiking moet worden aangepakt en daartoe worden door overheden grote (internationale) inspanningen geleverd op het terrein van gegevensuitwisseling. Die leiden tot meer transparantie, waardoor voor de fiscus verborgen vermogen aan het licht komt. Het kabinet vindt daarom de tijd rijp om een einde te maken aan het coulante inkeerbeleid voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden die niet voldoen aan de voor de fiscaliteit en toeslagen geldende wetgeving. Daarnaast vindt het kabinet het onwenselijk dat belastingontduikers (gedeeltelijk) straffeloos kunnen blijven. Dit is een verkeerd signaal naar de maatschappij en is slecht voor de belastingmoraal van burgers die wel tijdig en correct aan hun verplichtingen voldoen. De Belastingdienst zal daarom, wanneer hij via de inkeerder op de hoogte raakt van een beboetbare of strafbare overtreding, bezien of de overtreding(en) beboeting of strafvervolging rechtvaardigt. Daarbij zullen onder andere het nadeelbedrag, het aantal ontduikingsjaren en recidive worden meegewogen. Door ook strafrechtelijke vervolging in geval van inkeer mogelijk te maken, wordt het opnieuw ontstaan van eventuele onevenwichtigheid in het systeem van bestraffing voorkomen.

Kunt u het allemaal nog rijmen? Wat is de juiste belastingmoraal en hoe bereiken we dit met z’n allen? Is het afschaffen van de inkeerregeling de juiste maatregel?

Tot slot een tip van de fiscalist.

De huidige inkeerregeling blijft op basis van het overgangsrecht van toepassing op aangiften die voor 1 januari 2018 zijn gedaan of hadden moeten zijn gedaan en met betrekking tot inlichtingen, gegevens en aanwijzingen die voor 1 januari 2018 zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. Een zelfde overgangsrecht geldt ook voor de inkeerregeling in de Awir (toeslagen).

Maar klopt dit overgangsrecht wel? Verdedigbaar is dat een inkeerder recht heeft op toepassing van de regels die golden op het tijdstip van aangifte doen (anders heeft het afschaffen van de inkeerregeling materieel terugwerkende kracht). In artikel 7, eerste lid van het EVRM, staat dat niemand mag worden veroordeeld wegens een handelen of nalaten, dat geen strafbaar feit was ten tijde van dat handelen of nalaten. Evenmin mag een zwaardere staf worden opgelegd dan die, die ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was. Lagere rechters hebben geoordeeld dat de inkeerregeling een strafbepaling is en dat boetetarieven op het moment van aangifte doen van toepassing blijven (en dus ook de oude inkeerregeling). Hopelijk volgen hogere rechters deze zienswijze.

door: mr. Sandra Twigt RB