Afgelopen week is door ons bij het ministerie commentaar ingeleverd op de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Dit commentaar is mede onderschreven door het bestuur van de NOAB.

Naar onze mening wordt, als de tekst van het besluit is bedoeld zoals het is geschreven en wij het lezen, een onaanvaardbare en soms onmogelijk administratieve last opgelegd aan belastingadviseurs, accountantskantoren en administratiekantoren.

De achterliggende belanghebbende

In het uitvoeringsbesluit wordt gedefinieerd wie nu als achterliggende belanghebbende (UBO) van een cliënt moet worden aangemerkt. Daarbij wordt verschil gemaakt tussen verschillende soorten rechtspersonen zoals bv’s, stichtingen en verenigingen. In de jacht op het eventueel gebruik van stromannen is de definitie van de UBO aangepast. Voor stichtingen heeft dat als gevolg dat ook de oprichters van die stichting als UBO moeten worden aangemerkt. Dat lijkt bij de oprichting van diezelfde stichting niet onlogisch maar soms ook onmogelijk. Bijvoorbeeld op het moment dat een stichting bij uitvoering van een testament wordt opgericht. Of op een later moment als de stichting al even werkzaam is geweest.

En zo zijn er meer voorbeelden te bedenken.

Het onderzoek naar ongebruikelijke transacties

Zoals wij het besluit lezen, komt er een verplichting om alle transacties te melden die te maken hebben met specifieke landen. Die landen zijn door de Europese Unie aangewezen. Voorbeelden daarvan zijn Syrië en Sri Lanka.

Omdat er in het uitvoeringsbesluit geen beperkingen staan zoals minimale bedragen of alleen van cliënten die in die landen gevestigd zijn, komt het erop neer dat van alle cliënten alle transacties moeten worden beoordeeld of ze met die aangewezen landen te maken hebben. En als dat zo is moeten al deze transacties worden gemeld.

Zoals een collega het formuleerde: “Je zult maar een cliënt hebben die thee importeert uit Sri Lanka.”

Kort gezegd lijkt het erop dat het uitvoeringsbesluit niet zorgvuldig genoeg is overdacht en in de praktijk tot veel extra werk zal leiden.

Ons commentaar vindt u hier.