Op grond van de zogenoemde ZeZ-regeling hebben zwangere vrouwen, die niet in dienstbetrekking werkzaam zijn, recht op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Hieronder vallen vrouwen die:

  • Zelfstandig ondernemer zijn;
  • Meewerkende partner, directeur-grootaandeelhouder, freelancer, huisarts, artiest, gastouder, zorgverlener via persoonsgebonden budget (pgb) zijn of medeaandeelhouder van het bedrijf waarvoor zij werken;
  • Alfahulp of particuliere huishoudelijke hulp zijn.

Het is echter zaak om deze uitkering tijdig aan te vragen, te weten uiterlijk 2 weken voordat het zwangerschapsverlof ingaat. Als de aanvraag niet tijdig wordt gedaan (dus later dan de genoemde 2 weken voor verlof), dan wordt de uitkering met terugwerkende kracht van 1 jaar toegekend. Laat u niet op het verkeerde been zetten door de tekst van de wet die een langere terugwerkende kracht in bijzondere gevallen lijkt te impliceren. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het de bedoeling is de terugwerkende kracht te beperken tot de genoemde 1 jaarstermijn en in de praktijk wordt dit ook strikt gehandhaafd.

Attendeer uw cliënten op de deadline voor de aanvraag voor de ZeZ-uitkering.

Het bovenstaande staat overigens los van de procedure voor de Centrale Raad van Beroep (hierna CRvB) die in juli jl. tot een tussenuitspraak heeft geleid voor zelfstandigen die zwanger zijn geweest in de periode 1 augustus 2004 – 4 juni 2008. In die periode had Nederland geen wettelijke regeling die voorzag in een dergelijke uitkering (door overgangsrecht bestond overigens nog recht op een uitkering tot 7 mei 2005). De CRvB oordeelde dat de afschaffing van de uitkeringsregeling in strijd was met het VN-Vrouwenverdrag, maar heeft de intrekking van de ZeZ-regeling (nog) niet onverbindend verklaard. Het UWV heeft een periode van 16 weken gekregen (na de uitspraak van 27 juli 2017) om ervoor te zorgen dat de vrouwen alsnog enige vorm van vergoeding ontvangen. Minister Asscher heeft hieraan op 17 oktober jl. gehoor gegeven en bekendgemaakt dat vrouwen die zijn bevallen tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008 alsnog een uitkering zullen krijgen van ca. € 5.600.

Let op: de aanvraag moet binnen 3 maanden na publicatie van de compensatieregeling worden ingediend bij het UWV.

Naar verwachting zal de compensatieregeling na de (eind)uitspraak van de RvB (medio november) worden gepubliceerd in de Staatscourant. Vanaf publicatie hebben de rechthebbenden dus 3 maanden tijd om een aanvraag in te dienen. Op de website van het UWV zal informatie worden gepubliceerd zodra de ingangsdatum bekend is.