Op 25 mei jl. is er een ingrijpende wijziging doorgevoerd in de regeling Wet financiering sociale verzekeringen (hierna Wfsv). Met deze wijziging heeft demissionair minister Asscher zijn stokpaardje nl. dat flexwerk duurder en daarmee onaantrekkelijker wordt, (mogelijk) op de valreep van zijn ministerschap in beleid omgezet.

De maatregel ziet op de sectorindeling van uitzendbedrijven, payrollers en detacheerders; bedrijven die zich bezighouden met het ter beschikking stellen van personeel aan een derde om onder diens leiding en toezicht te werken. Dergelijke bedrijven konden, als zij geen uitzendbeding hanteren, gebruikmaken van een uitzondering en worden ingedeeld in een specifieke vaksector in plaats van de sector uitzendbedrijven (sector 52) mits meer dan 50% van de premieloonsom betrekking heeft op arbeid verricht in uitzending naar één specifieke vaksector.

Achtergrond van deze uitzondering is dat in dergelijke situatie ten aanzien van Ziektewet- en WW-uitkeringen vergelijkbare risico’s bestaan tussen gedetacheerden en de ‘gewone’ werknemers in de vaksector. Dat bleek echter in de praktijk niet zo te zijn. Bovendien is het al dan niet hanteren van een uitzendbeding een onvoldoende onderscheidend criterium, aldus de minister.

Vandaar dat deze uitzondering vanaf 25 mei jl. is geschrapt voor nieuwe loonheffingennummers; werkgevers die vóór die datum al zijn ingedeeld in een vaksector (of daartoe een aanvraag hebbben ingediend) blijven voorlopig buiten schot. Voor deze bestaande situaties zal de mogelijkheid tot afschaffing van de sectorverloning nog nader worden bezien. In de praktijk wordt als mogelijke datum voor algehele afschaffing 1 januari 2019 genoemd.

De wijziging heeft ook tot gevolg dat uitleners bij wie 15-50% van de premieloonsom betrekking heeft op uitzendwerkzaamheden, die werkzaamheden niet meer in een vaksector kunnen laten indelen.

Op korte termijn heeft de maatregel tot gevolg dat er in uitzend- en detacheringsland een ongelijk speelveld ontstaat. Werkgevers die al zijn ingedeeld in een vaksector kunnen immers een lagere kostprijs hanteren dan nieuwe uitleenbedrijven.