Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen (hun inkomen wordt voor tenminste 90% in Nederland aan belastingheffing onderworpen) hebben in de inkomstenbelasting dezelfde fiscale faciliteiten als binnenlands belastingplichtigen (o.a. heffingskortingen). Heffingskortingen bestaan uit een belasting- en een premiedeel. Niet kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen hebben alleen recht op het belastingdeel van de arbeidskorting.

Omdat inhoudingsplichtigen niet kunnen toetsen of hun buitenlandse werknemers wel of niet kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen zijn, krijgen buitenlandse belastingplichtigen nu nog dezelfde heffingskortingen als binnenlandse belastingplichtigen. Geschat wordt dat 350.000 buitenlanders te veel heffingskorting ontvangen; zij zouden via de aangifte inkomstenbelasting de te veel ontvangen heffingskorting moeten terugbetalen.

Het kabinet wil de regeling omdraaien. Onderdeel van het OFM 2018 is om met ingang van 1 januari 2019 in de loonbelasting voor alle buitenlandse werknemers alleen nog maar het belastingdeel van de arbeidskorting toe te passen. Voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen geldt dat zij de ontbrekende (onderdelen van de) heffingskortingen te gelde moeten gaan maken in de inkomstenbelasting. Deze groep wordt berekend op 130.000 personen.

Inmiddels krijgt bovenstaande wetswijziging aandacht in de media. De Belgische vakbond ACV meldt in het Financieele Dagblad dat grensarbeiders worden benadeeld en dat het ook slecht uitpakt voor Nederlandse werkgevers. Vraagtekens worden gezet bij het opwerpen van een extra drempel, terwijl de EU juist probeert grensarbeid te vergemakkelijken.

Het is ook de vraag of het principieel juist is om kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen in eerste instantie anders te behandelen dan binnenlandse belastingplichtigen. In recente jurisprudentie van het HvJ EU is juist een tendens zichtbaar dat een werkstaat rekening moet houden met de persoonlijke en gezinssituatie van de belastingplichtige die in zijn woonstaat geen inkomen heeft waarvan hij zijn kosten zou kunnen aftrekken, ook als hij in de werkstaat minder dan 90% van zijn inkomen verdient. Het onderhavige wetsvoorstel druist in tegen deze ontwikkeling in de jurisprudentie.

De Eerste Kamer moet de wijziging nog goedkeuren en na goedkeuring gaat deze per 1 januari 2019 gelden. Het is dan van belang om tijdig de loonadministratie aan te passen en kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen te assisteren bij het aanvragen van een voorlopige aanslag c.q. het indienen van de aangifte inkomstenbelasting.