Maatregel 5.1. van het 53 puntenplan ‘In het publiek belang’ heeft als doel dat een accountantsorganisatie een kwaliteitsbeheersingssysteem heeft waarin aandacht is voor een beperkte vaste set van de belangrijkste kwaliteitsindicatoren en aangevuld met de kantoor-specifieke normen die van toepassing zijn voor de meting van de kwaliteit.

Om voor de invulling van deze maatregel verder houvast te geven heeft de NBA vorig jaar voor OOB-kantoren handreiking 1135 opgesteld, waarin verschillende kwaliteitsindicatoren worden benoemd. Voor niet-OOB kantoren is deze week een aanvullende set aan kwaliteitsindicatoren verschenen, die meer toegespitst is op de niet-OOB praktijk. Meer informatie vindt u hier. Met deze aanvulling zal handreiking 1135 dan ook geschikt zijn als hulpmiddel voor niet-OOB kantoren.

In verband met de mogelijke voorbereiding die niet-OOB kantoren nodig hebben voor het invoeren van deze maatregel (bijvoorbeeld omdat de informatie die voor de kwaliteitsindicatoren nog moet worden verzameld) zal de deadline voor de implementatie van deze maatregel naar verwachting worden doorgeschoven naar 1 oktober 2017 (in plaats van 1 oktober 2016). Rapportage in het complianceverslag over de kwaliteitsindicatoren zal niet eerder dan in de rapportage over 2017 moeten plaatsvinden.

De aanvullende set aan kwaliteitsindicatoren heeft betrekking op de input, het proces en de output van de accountantsorganisatie.

De kwaliteitsindicatoren t.a.v. de input geven aan welke investeringen in mensen, tijd, technologie en methodologie zijn verricht. Daarbij wordt inzicht gegeven in ten minste de volgende factoren:

  • Aantal uren en omzet voor het uitvoeren van wettelijke / vrijwillige controleopdrachten ten opzichte van het totaal aantal uren en omzet van de gehele accountantseenheid.
  • Aantal uitgevoerde wettelijke (en vrijwillige) controleopdrachten van de jaarrekening. Veelal geeft dit een indicatie in welke mate een kantoor ervaring heeft met het uitvoeren van controleopdrachten.
  • Aantal wettelijke (en vrijwillige) controleopdrachten van de jaarrekening per externe accountant, alsmede de controleomzet per externe accountant. Deze informatie kan inzicht geven in de betrokkenheid van de externe accountant, alsmede mogelijke kwetsbaarheid van het kantoor.
  • Aantal uren per medewerker/fte en functiecategorie besteed aan controleopdrachten in totaal. Op deze wijze wordt direct zichtbaar op welke medewerkers de kantoren steunen (c.q. van afhankelijk zijn) bij hun assurancepraktijk.
  • Gemiddeld aantal uren training en opleiding per medewerker (interne en externe opleidingen).

De kwaliteitsindicatoren t.a.v. het proces geven aan welke kwaliteitsmaatregelen zijn genomen en hoe er wordt gemonitord. Er wordt inzicht verstrekt in ten minste de volgende factoren:

  • Percentage uren van de commissies vaktechniek, (plv.) complianceofficer en onafhankelijkheidsfunctionarissen in relatie tot het aantal controle-uren.
  • Aantal uitgevoerde interne en externe consultaties op het gebied van verslaggeving en controle.
  • Aantal uitgevoerde OKB’s en andere kwaliteitsreviews (tweede lezing, beperkte OKB) voor afgifte van de verklaring (onderscheid interne en externe), alsmede dit aantal uitgedrukt in een percentage van het aantal wettelijke (en vrijwillige) controles.
  • Percentage uren IT-specialisten.

De kwaliteitsindicatoren t.a.v. de output geven aan wat het effect van de maatregelen is geweest. Daarbij wordt inzicht gegeven in ten minste de volgende factoren:

  • Aantal uitgevoerde interne en externe kwaliteitsreviews na afgifte van de controleverklaring, alsmede dit aantal uitgedrukt in een percentage van het totaal aantal afgegeven controleverklaringen en de uitkomsten van deze kwaliteitsreviews (voldoende / onvoldoende).
  • Aantal reviews uitgevoerd door Raad voor Toezicht, SRA en AFM en de uitkomsten van deze reviews.

Naar verwachting zal de NBA op korte termijn over de bovenstaande aanvullende set van kwaliteitsindicatoren een digitale brochure verspreiden en de Monitor op dit punt aanpassen.