X is dga van Y bv. Y bv heeft aan X een pensioentoezegging gedaan dat Y bv in eigen beheer houdt. X bezit een tweede woning op Bonaire. In 2005 gaat X leningsovereenkomsten aan met Y bv tot een bedrag boven de € 1.000.000. In de leningsovereenkomsten is bepaald dat de woning op Bonaire als zekerheid voor de leningen dient en wel door middel van een positieve/negatieve hypotheekverklaring: X moet op eerste aanmaning van Y bv hypothecaire zekerheid verlenen op de woning op Bonaire. Gedurende de leningsovereenkomst mag X de woning niet belasten met een hypothecaire zekerheid ten behoeve van een derde.

X heeft ook nog een rekening-courantschuld aan Y bv die grotendeels betrekking heeft op de woning op Bonaire. In de rekening-courantovereenkomst is dezelfde positieve/negatieve hypotheekverklaring opgenomen.

Op 1 juni 2010 gaat X een aflossingsvrije hypothecaire lening aan van $ 1.000.000 bij een bankinstelling. Tot zekerheid vestigt X ten behoeve van de bankinstelling op 18 juni 2010 een recht van eerste hypotheek op de woning op Bonaire voor een bedrag van $ 1.500.000.

De (fiscale) balans van Y bv zag er per ultimo 2010 als volgt uit:

 

Activa

 

 

 

31-12-2010

 

Passiva

 

31-12-2010

Leningen dga:     Eigen vermogen 871.467
– Lening 75.044      
– Bonaire 1 358.000      
– Bonaire 2 711.069   Pensioenverpl. 726.382
– Rek. courant 330.649   (fiscaal)  
    1.474.762    
Overige activa   123.087 Overige passiva p.m.
    ————   ————–
Totaal   1.597.849   1.597.849

 

Het vermogen van X in privé bedroeg ultimo 2010, exclusief aandelen Y bv:

 

Bezittingen

 

31-12-2010

 

Schulden

 

31-12-2010

Aandelen Y bv p.m. Eigen woning schulden 2.446.447
Liq. middelen 11.968 C Bank 1.331.915
Eig. woning NL (*) 1.983.000 Creditcards 123.356
Woning Bonaire 1.400.000 B Bank 754.632
Overige bezittingen   Overige schulden  126.078
(*): WOZ-waarde ————   ————-
Totaal 3.394.968   4.782.428

X heeft in 2010 van Y bv een brutoloon ontvangen van bijna € 160.000.

De totale schuld van X aan Y bv bedroeg volgens de aangiften inkomstenbelasting per 1 januari:
– 2011 € 1.331.915
– 2012 € 1.600.384
– 2013 € 1.577.335
– 2014 € 1.822.953
– 2015 € 1.822.953

In september 2012 is X nog een aflossingsvrije hypothecaire lening aangegaan bij B Bank voor € 250.000 met als doel ‘investeren in Europa’. Tot aanvullende zekerheid heeft X t.b.v. B Bank een recht van tweede hypotheek gevestigd op de woning op Bonaire.

De woning op Bonaire is in 2015 verkocht voor $ 2.200.000. Op de balans van Y bv komt per 31 december 2014 geen vordering op X meer voor. Y bv is op 18 augustus 2015 ontbonden. De vereffening is geëindigd op 9 mei 2016.

Navorderingsaanslag

De inspecteur heeft op 21 november 2015 over 2010 een navorderingaanslag inkomstenbelasting opgelegd, omdat het pensioen in eigen beheer bij Y bv door X is afgekocht per 18 juni 2010. De afkoopwaarde van de pensioenaanspraken is per 18 juni 2010 gesteld op de waarde in het economisch verkeer van € 1.474.140, waarbij de navorderingsaanslag tevens is vermeerderd met 20% revisierente.

X stelt dat er geen sprake is van een nieuw feit. Ook is er volgens X gezien de waarde van zijn eigen woning (€ 3.700.000) en de woning op Bonaire (€ 2.050.000) voldoende vermogen aanwezig om de leningen aan A bv te zijner tijd af te lossen.

Oordeel rechtbank

De rechtbank volgt de stelling van de inspecteur dat hem pas in 2015 duidelijk is geworden, dat de zekerheid die Y bv had voor de aflossing van de schulden van X, door de vestiging van een recht van hypotheek op de woning op Bonaire, verloren is gegaan. X had nagelaten in de aangiften vennootschapsbelasting te wijzen op het verminderen van de zekerheid van de geldleningen door vestiging van hypothecaire zekerheid voor de bankinstelling. Daaraan doet volgens de rechtbank niet af dat X in de aangifte inkomstenbelasting 2010 de lening van de bankinstelling wel opnam. Volgens de rechtbank is er dus wel sprake van een nieuw feit.

De rechtbank gaat niet mee in de stelling van X over de waarden van de woningen, omdat de waardeverklaringen betrekking hebben op (veel) latere peildata. De rechtbank gaat daarom uit van de waarden conform de WOZ-beschikking 2011 (waardepeildatum 1 januari 2010: € 2014.000) voor de eigen woning en voor de woning op Bonaire van de waarde in de eigen aangifte inkomstenbelasting 2010. Totaal € 3.414.000.

De rechtbank acht het niet aannemelijk dat de gezamenlijke waarde van de woningen in 2010 voldoende was om de schuld aan Y bv te kunnen voldoen. Bij verkoop van de woningen zou X daarmee zijn bankschulden moeten aflossen. Gezien de inkomens- en vermogenspositie van X in 2010 en het na 2010 steeds verder oplopen van de schuld aan Y bv vindt de rechtbank het aannemelijk dat X zijn schulden aan Y bv in 2010 niet meer zou kunnen voldoen.

Y bv heeft bij het aangaan van de hypothecaire lening van X met de bankinstelling in 2010 geen actie ondernomen en daarom volgens de rechter een verhaalsmogelijkheid opgegeven. Door zo te handelen heeft Y bv X bevoordeeld.

Onder deze omstandigheden moet het aangaan van de geldlening gevolgd door de vestiging van het recht van eerste hypotheek ten behoeve van de bankinstelling in 2010, worden aangemerkt als afkoop van de pensioenaanspraken van X. 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rob Lendering, tel. 055 – 355 99 79 of r.lendering@fullfinance.nl.

 

Bron: Rechtbank Noord-Holland, 13 september 2018, nr. AWB – 7_819, ECLI:NL:RBNHO:2018:8188