Nu het einde van 2018 nadert zijn we ook weer een jaar dichterbij het einde van de overgangsregeling van de levensloopregeling gekomen. Het wordt dus tijd om aandacht te besteden aan nog bestaande levenslooptegoeden.

Hoe zat het ook alweer?

De levensloopregeling is afgeschaft op 1 januari 2012 waarbij overgangsrecht van kracht is geworden inhoudende dat (bijna) alle regels, zoals die op 31 december 2011 golden, (onder voorwaarden; zie ook hierna), van toepassing blijven. Een van die regels was dat het levenslooptegoed voor de werknemer geldende AOW-leeftijd of (indien dit eerder is de ingangsdatum van het ouderdomspensioen) moet worden genoten.

Het overgangsrecht houdt in dat werknemers die op 31 december 2011 een levenslooptegoed hadden van € 3.000 of meer, vanaf 2012 mogen blijven doorsparen in de levensloopregeling. Ook is bepaald dat het tegoed voor andere doeleinden dan verlof mag worden opgenomen.

Het tegoed kan dus ineens maar ook in delen worden opgenomen en het is ook niet nodig, beter gezegd, lastig te beargumenteren dat het (voor de dga geldende gebruikelijk) loon wordt verlaagd ingeval er geen verlof wordt opgenomen.

Het overgangsrecht eindigt per 1 januari 2022; dat betekent dat het levenslooptegoed dat bestaat op 31 december 2021 uiterlijk op die datum in zijn geheel wordt belast (als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking, tenzij de opname plaatsvindt door een werknemer/dga die aan het begin van dat kalenderjaar 61 jaar of ouder is). Er resteren dus nog zo’n drie jaren om het levenslooptegoed, zo fiscaalvriendelijk mogelijk, af te bouwen.

Welke (fiscaal vriendelijke) methoden zijn er voor afbouw van het levenslooptegoed?

Naast de opname in delen of ineens (met als gevolg belastingheffing) kan het tegoed ook worden omgezet in pensioen, mits daarvoor fiscale ruimte (lees: een pensioentekort) aanwezig is uiteraard. Let op 1: Het zonder belastingheffing omzetten van het tegoed in een lijfrente is echter niet mogelijk! Let op 2: ingeval het pensioentekort van de dga al is gerepareerd door middel van lijfrentepremies in box 1 kan dit leiden tot belastingheffing over de (afgetrokken) lijfrentepremies.

En dan is er nog de levensloopverlofkorting. De opbouw van deze korting is ook gestopt per 1 januari 2012, maar de tot dan toe opgebouwde levensloopverlofkorting kan wel worden benut. Dat kan echter niet als het levenslooptegoed geheel wordt omgezet in pensioen.

Gezien het bovenstaande luidt het advies voor uw (dga-)cliënten met een levenslooptegoed derhalve: breng het fiscaal te bereiken optimum op korte termijn in kaart door te berekenen:

  • hoeveel er kan/moet worden opgenomen in 2019, 2020 en 2021 uit het levenslooptegoed rekening houdend met de maximale levensloopverlofkorting en de tariefschijven
  • hoeveel kan, zonder heffing (althans uitgestelde heffing), worden gestort, in de pensioenpot.

Daarnaast moet uiteraard in een adviesgesprek aan de orde komen of de dga bereid is de aan de omzetting in pensioen klevende nadelen (extern afstorten; levenslange uitkeringen) voor lief te nemen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met onze pensioenspecialist Rob Lendering RB (r.lendering@fullfinance.nl) of loonbelastingspecialist mr. Mirjam van de Langerijt (m.langerijt@fullfinance.nl). Beiden zijn ook telefonisch bereikbaar op 055 – 355 99 79.