Zijn meewerkende kinderen of de meewerkende partners als werknemers verzekerd? Voor meewerkende kinderen heeft de Centrale Raad van Beroep op 14 oktober 2015 een beslissing genomen, die afwijkt van vaste jurisprudentie. Op 28 april 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep het zelfde geoordeeld voor de meewerkende (ex-)partner.

Oude lijn van de jurisprudentie was dat de familieverhouding een gezagsverhouding verhinderde. Nieuwe jurisprudentie bepaalt dat de arbeidsrelatie objectief moet worden beoordeeld (met name of er sprake is van een gezagsverhouding), waarbij de familierelatie wel een element is dat in de beoordeling moet worden betrokken. Recent is tot en met de Centrale Raad van Beroep geprocedeerd door een meewerkende partner die bij het faillissement van de bv van partner een beroep deed op het UWV voor een faillissementsuitkering, welke uitkering werd geweigerd.

Voor het bestaan van een gezagsverhouding is volgens de CRvB van belang of degene die arbeid verricht aan een zeker gezag is onderworpen van de wederpartij en dat laatstgenoemde bevoegd is opdrachten en instructies te geven en om controle uit te oefenen op de voortgang en resultaten van het werk. De CRvB leidt uit de feiten en omstandigheden af dat er inderdaad sprake was van een gezagsverhouding tussen mevrouw en haar echtgenoot. Mevrouw werd uiteindelijk door de Centrale Raad van Beroep in het gelijk gesteld. Het UWV moet met inachtneming van de uitspraak een nieuwe beslissing nemen.

Keerzijde?

In onderhavige situatie gaat het om het recht op een uitkering. Maar de keerzijde is dan de premieplicht. De nieuwe jurisprudentie zal sneller dan voorheen leiden tot een uitkering en tot aanwezigheid van premieplicht. Daar moeten werkgevers zich terdege van bewust zijn.