Op 25 juli jl. is de nieuwe Wwft – Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme – in werking getreden.

Het daarop gebaseerde besluit kunt u hier downloaden. In eerdere artikelen hebben wij u reeds gewezen op belangrijke wijzigingen t.o.v. de oude wetgeving. namelijk:

UBO

Onder de oude wet was het identificeren van de UBO wel verplicht maar was verifiëren alleen nodig als het risico op witwassen of een onjuiste identiteit daartoe een aanleiding gaf. In de nieuwe wet staat dat alle UBO’s geverifieerd moeten worden. Zie artikel: https://www.fullfinance.nl/wwft-en-clientonderzoek-2018-deel-1 Naar aanleiding van het door meerdere partijen ingeleverde commentaar is op 6 april jl. het conceptbesluit met name bij de bepaling wie moet worden aangemerkt als uiteindelijke belanghebbende (UBO) behoorlijk aangepast.

Wie moet nu als uiteindelijke belanghebbende worden aangemerkt?

Dat is voor bijna alle soorten rechtspersonen gelijkgetrokken.
Als eerste is er het criterium van de eigendom en de zeggenschap. Als een natuurlijk persoon meer dan 25% van de eigendom en/of de zeggenschap heeft is er sprake van een uiteindelijke belanghebbende. Let op, dit zeggenschapscriterium geldt dus ook voor stichtingen en verenigingen. Als op basis van deze criteria geen uiteindelijke belanghebbende aan te wijzen is, wordt de hoger leidinggevende als UBO aangemerkt. De definitie van een hoger leidinggevende staat in de wet.

Risicoanalyse

In de nieuwe Wwft is opgenomen dat bij het bepalen van het risico of u bij een cliënt te maken kunt krijgen met witwassen, verplicht gebruik moet worden gemaakt van risicofactoren die door de Europese Unie en de Nederlandse overheid worden vastgesteld. In de oude situatie kenden we daarvoor de richtsnoeren (of handreiking 1124) die alleen maar onverplichte voorbeelden gaven. De Europese Unie heeft vorig jaar haar lijst met risicofactoren bekendgemaakt in een stuk van maar liefst 290 pagina’s. En voor de goede orde, daar staan verplichte risico’s in vermeld. Bij het uitvoeren van het cliëntonderzoek Wwft moeten deze dus worden meegenomen. https://www.fullfinance.nl/wwft-en-het-clientonderzoek-in-2018-deel-2-het-risicoprofiel

Cliëntonderzoek

Tot nu toe was het toepassen van de bepalingen van het cliëntonderzoek en het monitoren daarvan een activiteit die meestal exclusief op het bordje van de accountant werd neergelegd. Dat kan met de bepalingen in de nieuwe Wwft niet meer. Ook fiscalisten en juristen in de organisatie zullen zich daarmee bezig moeten houden. We hebben eerder in dit artikel uitgelegd waarom dat zo is. https://www.fullfinance.nl/wwft-en-clientonderzoek-deel-3-wanneer-en-opnieuw-voeren

Wij houden u op de hoogte van de uitwerking in de praktijk. Hebt u vragen of wilt u een cursus volgen of inhouse een cursus laten verzorgen voor alle medewerkers over de nieuwe Wwft? Neem dan contact op met Gert van den Brink.