We zien het vaak in de praktijk. Een bv heeft een stamrechtovereenkomst gesloten met de dga. De gelden die ertegenover staan worden door de dga alvast in privé aangewend. Soms voor de financiering van een eigen woning, maar vaak voor consumptieve doeleinden. En met name dat laatste kan tot fiscale problemen leiden. Zo ook in een recente uitspraak van Rechtbank Noord-Holland.

Een ontslaguitkering wordt in een op 14 september 2011 opgerichte stamrecht-bv gestort. Op 26 september 2011 wordt een stamrechtovereenkomst gesloten. Achtereenvolgens leent de dga op vier verschillende momenten in één week in oktober 2011 in totaal € 130.000 van de bv. De inspecteur stelt dat het stamrecht is afgekocht en legt een naheffingsaanslag loonbelasting op. Hij is van mening dat de dga direct de beschikkingsmacht had over het afgestorte bedrag, terwijl er onvoldoende zekerheden tegenover stonden. De waarde van de eigen woning was lager dan de hypotheekleningen die ertegenover stonden, en er waren onvoldoende overige middelen in privé. Er was in zijn ogen sprake van een onzakelijke lening. De inspecteur stelde daarom een belaste afkoop van het stamrecht.

De rechtbank ging mee in het pleidooi van de inspecteur. De naheffingsaanslag werd vastgesteld op € 67.600 (52% van € 130.000). Voor het berekenen van revisierente bood de wet geen grondslag omdat het een naheffingsaanslag in de loonbelasting betrof, en niet in de inkomstenbelasting.

Het beroep van de dga dat de 80%-afkoopregeling van toepassing was, werd niet gehonoreerd. Ondanks de geboden mogelijkheid was er geen aangifte loonheffingen ingediend waarin een beroep op deze regeling is gedaan.

Een vervelende afloop voor deze dga. Wij zien echter regelmatig jaarstukken van bv’s waarbij het in eigen beheer verzekerde stamrecht of pensioen feitelijk al is genoten door de gerechtigde. Of dat te lang na de ingangsdatum geen uitkering is gedaan. Dit soort uitspraken verhoogt de kans dat inspecteurs hier alerter op reageren. Wees gewaarschuwd!

Bron: Rechtbank Noord-Holland, 13 februari 2018, nr. 16/3432