Pe-regeling voor accountants gaat veranderen

In dit artikel geeft Jurroen Cluitmans een overzicht van de stand van zaken met betrekking tot de nieuwe pe-regeling voor accountants.

Inleiding

Tussen 2012 en 2014 is het huidige pe-systeem geëvalueerd. Uit de evaluatie kwam naar voren dat het weliswaar een prima systeem was, maar dat het beter zou zijn om over te gaan naar een outputgerricht systeem. In 2015 is hiertoe het besluit genomen en in het voorjaar van 2018 is, na een pilot van 2 jaar, besloten om in de periode 2019-2021 gefaseerd een nieuw pe-systeem in te voeren.

Kenmerken van het nieuwe pe-systeem

  1. Resultaat in plaats van inspanning

In de nieuwe pe-systematiek komt het ‘resultaat’ van leeractiviteiten centraal te staan. De inspanning, een verplicht aantal pe-uren, vervalt. Bij een deel van de accountants blijft er wel een dergelijke vraag naar ‘urennormering’ bestaan. Dit geldt met name voor accountants die ook een andere titel dragen die aan een pe-verplichting onderhevig is.

  1. De verantwoordelijkheid ligt bij de individuele accountant

De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de nieuwe pe-verplichting ligt primair bij de individuele accountant. Een organisatie kan intern een opleidingsprogramma verplicht voorschrijven, maar uiteindelijk zal de accountant zelf moeten (kunnen) verantwoorden dat hij voldoende inspanningen heeft verricht om zijn vakbekwaamheid op peil te houden.

  1. Vrijheid in keuze van inhoud en leervorm

De huidige pe-systematiek biedt weinig mogelijkheden voor verschillende leervormen. In de toekomst kunnen ook vormen als intervisie, coaching, meeloopstages, zelfstudie etc. worden ingebracht als het geschikte vormen zijn om de vakbekwaamheid op peil te houden.

  1. De werkwijze met erkende uren en instellingen vervalt

De huidige werkwijze met erkende uren en erkende instellingen zal gaan vervallen. Wel zullen verplichte onderwerpen moeten worden gevolgd bij een instelling die geaccrediteerd is om de betreffende cursus te volgen. Er wordt niet meer gestuurd op uren; de urennorm wordt volledig losgelaten.

  1. Uitbreiding verplichte onderwerpen

Naar verwachting wordt het aantal verplichte onderwerpen uitgebreid. Deze onderwerpen zullen niet zozeer gerelateerd worden aan de functie maar meer aan de werkzaamheden die de accountant daadwerkelijk uitvoert. Het bestuur stelt de onderwerpen vast en zal hierbij gaan werken met een meerjarenplan, waarin wordt aangegeven wat de komende jaren verwacht kan worden.

  1. Inhoudelijke kennistoetsing voor alle accountants

De inhoudelijke kennistoetsing wordt verplicht gesteld voor alle accountants. Doel is om op termijn een toets te ontwikkelen die afhankelijk is van de werkzaamheden die de accountant uitvoert. Op basis van aangevinkte werkzaamheden zal een toets op maat ontwikkeld worden. Waarschijnlijk duurt het wel een aantal jaren, de NBA rekent op een termijn van zes jaar om dit uit te bouwen.

  1. Pe-portfolio

Elke accountant houdt zijn eigen portfolio bij. Dit wordt niet centraal door de NBA geregistreerd. Wel moet de accountant jaarlijks verklaren dat de vakbekwaamheid onderhouden is, dat hij zijn portfolio heeft bijgehouden, dat de kennistoets is afgelegd en moet hij aangeven welke verplichte onderdelen gevolgd zijn. Jaarlijks toetst de NBA steekproefsgewijs ongeveer 600 dossiers.

Opbouw pe-portfolio

Het portfolio is vormvrij. De NBA heeft wel een excel waarin de vijf vragen staan die beantwoord moeten worden en zal ook een tool ontwikkelen die beschikbaar wordt gesteld, maar zelf iets ontwikkelen is ook mogelijk. Organisaties kunnen er ook voor kiezen om het pe-portfolio te incorporeren in bijvoorbeeld hun eigen HRM-systeem.

Het portfolio is ‘verhalend van aard’ en bestaat uit een beschrijving aan de hand van vijf vragen, die te ordenen zijn in een drietal fases.

  1. Beschrijving van de beroepssituatie

Hierbij staan twee vragen centraal:

  • Wat doet u?
  • Wat moet dat opleveren.
  1. Het bepalen en uitvoeren van pe-activiteiten

Hierbij staan centraal:

  • Wat wilt u leren, wat zijn uw leerdoelen?
  • Welke activiteiten onderneemt u om uw leerdoel te behalen?

De leerdoelen worden aan het begin van het jaar opgesteld, maar kunnen in de loop van het jaar worden bijgesteld. Dit kan veroorzaakt worden door actuele ontwikkelingen maar ook door een verandering in werkzaamheden.

Accountants kunnen bij het formuleren van leerdoelen extern worden ondersteund. Met name in de beginfase zal dit waarschijnlijk nodig zijn.

  1. Evaluatie

Hierbij gaat het om de vraag wat de activiteiten hebben opgeleverd en wat eventueel wordt aangepast.

In de evaluatie wordt dus verantwoording afgelegd over de vraag of het leerdoel behaald is of niet. Is het leerdoel niet behaald, dan blijft het staan voor een volgende activiteit.

Toetsing

Jaarlijks worden er ca. 600 dossiers door de NBA getoetst. Hierbij wordt in eerste instantie gekeken naar volledigheid van de dossiers. Vervolgens wordt er gekeken of er belangrijke ontwikkelingen zijn geweest en of uit het pe-dossier blijkt dat aan die ontwikkelingen voldoende aandacht is besteed. Is dat laatste niet het geval, dan volgt er aan aanwijzing om het volgende jaar wel aandacht aan de betreffende ontwikkeling(en) te besteden. Er vindt dus zeker niet meteen een stap naar de tuchtrechter plaats. Maar als de aanwijzing niet wordt opgevolgd, dan komt de gang naar de tuchtrechter wel om de hoek kijken. De verwachting van de NBA is echter dat “de gang naar de tuchtrechter veel minder vaak gemaakt zal worden.” Overigens is de kans groot, dat als een accountant een aanwijzing heeft gehad hij het volgende jaar weer in de toetsing valt.

Toetsers zullen worden opgeleid in de nieuwe systematiek. Tevens zullen toetsers, voor zij zelf conclusies trekken, eerst voor consultatie naar de NBA moeten gaan.

Organisaties bij bijvoorbeeld het portfolio geïntegreerd hebben in hun eigen HR-systematiek zullen periodiek bezocht worden. Ter plekke zal dan beoordeeld worden of en hoe het systeem functioneert. Maar het blijft uiteindelijk altijd de individuele accountant die verantwoording moet afleggen over het op peil houden van de eigen vakbekwaamheid.

Bewaarplicht

De bewaarplicht van het dossier wordt gesteld op zes jaar. Deze termijn is ingegeven vanuit het tuchtrecht. Wordt in het tuchtrecht de termijn langer, dan zal de NBA adviseren om ook de pe-dossiers langer te bewaren. Certificaten hoeven niet in het dossier opgenomen te worden, maar voor de eigen onderbouwing raadt de NBA wel aan deze te bewaren.

Invoering

De regeling wordt in drie jaar ingevoerd. Pas in 2021 zijn de openbaar accountants die niet werkzaam zijn bij een OOB-organisatie ‘aan de beurt’. In 2020 starten de openbaar accountants die werken bij een organisatie met een OOB-vergunning in het nieuwe systeem. Dit geldt voor alle accountants werkzaam bij een dergelijke organisatie! Dus ook de accountants die werkzaam zijn in de samenstelpraktijk.

In 2019 stromen uitsluitend accountants van de advisory-takken van de BIG4 en accountants van de belastingdienst in in het nieuwe systeem.

Op accountants die zich in 2019 of 2020 inschrijven in het register is de nieuwe regeling van toepassing, maar het bestuur kan een accountant eerder dan wel later tot de nieuwe regeling toelaten. Voor accountants die pas in 2021 instromen in het nieuwe systeem, blijven in 2019 en 2020 de huidige pe-verplichtingen van toepassing.

Tot slot

Tijdens onze pe-meerdaagse hebben we een cursus over de nieuwe pe-systematiek. Na een introductie gaat u zelf aan de slag met uw pe-plan. Wilt u en/of uw kantoorgenoten verder praten over een goede inbedding van het nieuwe pe-systeem? Neem dan contact op met Jurroen Cluitmans.

2018-09-27T15:09:05+00:00