Recent heeft de Raad voor Toezicht besloten om artikel 16a van de Verordening op de Kwaliteitsbeoordelingen ruimer te interpreteren.

In dit artikel is bepaald dat wanneer

  • het stelsel van kwaliteitsverbetering van een kantoor verbetering behoeft en in opzet of werking op belangrijke onderdelen niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep
  • dit alleen het gevolg is van het onvoldoende oordeel over de door het kantoor uitgevoerde assuranceopdrachten
  • het kantoor schriftelijk heeft verklaard geen assuranceopdrachten meer uit te voeren

er dan geen aanpassingen in het stelsel van kwaliteitsbeheersing noodzakelijk zijn en er geen hertoetsing zal plaatsvinden.

Tot voor kort kon artikel 16a alleen worden ingeroepen als het kantoor in deze situatie aangaf af te zien van alle assurancewerkzaamheden. De verruiming van de interpretatie door de Raad voor Toezicht houdt in dat kantoren voortaan kunnen aangeven dat zij enkel afzien van de assurancewerkzaamheden waarop zij een onvoldoende hebben behaald. Denk bijvoorbeeld aan een kantoor dat zowel beoordelingsopdrachten als vrijwillige jaarrekeningcontroles uitvoert en alleen de controleopdrachten bij de toetsing als onvoldoende zijn beoordeeld. Als ‘verbeterplan’ kan het kantoor dan aangeven dat het (alleen) met de vrijwillige jaarrekeningcontroles zal stoppen. Op basis van de ruimere interpretatie van artikel 16a behoeft het kantoor dan geen aanpassingen in het stelsel van kwaliteitsbeheersing voor de uitvoering van controleopdrachten door te voeren, zal hertoetsing achterwege blijven en zal het kantoor ook in de toekomst beoordelingsopdrachten kunnen blijven uitvoeren.

Wij zijn erg blij met deze ruimere interpretatie door de Raad van Toezicht. De serviceorganisaties hebben al langere tijd hierop aangedrongen, vooral ook om ervoor te zorgen dat de in de mkb-praktijk steeds meer voorkomende overige assuranceopdrachten (zoals controle van subsidie-afrekeningen) door deze kantoren uitgevoerd kunnen blijven worden.