De overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers (gemiddeld 25 werknemers) is onlangs geëvalueerd.

Op grond van deze regeling tellen de vóór 1 mei 2013 gewerkte maanden, onder voorwaarden, niet mee bij de berekening van de transitievergoeding. De regeling geldt alleen bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden als gevolg van een slechte financiële situatie bij kleine werkgevers. Door die werkgevers een lagere transitievergoeding te laten betalen zou een faillissement kunnen worden afgewend, hetgeen de werkgelegenheid ten goede zou komen, was de gedachte bij invoering.

Uit de evaluatie is echter gebleken dat dat de regeling niet effectief genoeg is, hetgeen mede een gevolg is van de erg strenge (financiële) voorwaarden om ervoor in aanmerking te komen. Daarom heeft de minister van Sociale Zaken besloten twee van de (drie) criteria te verruimen.

Allereerst wordt de eis, dat drie jaar op rij een negatief resultaat moet zijn behaald, gewijzigd. Voortaan wordt uitgegaan van een gemiddeld negatief resultaat over de drie boekjaren tezamen. Op die manier wordt voorkomen dat de werkgever niet in aanmerking komt voor de regeling door een klein positief resultaat in één van de drie jaren.

Ook wordt de voorwaarde dat sprake moet zijn van een negatief eigen vermogen verlaten en wordt deze vervangen door een solvabiliteitseis van ten hoogste 15%.

Er wordt gestreefd om de verruiming in te laten gaan per 1 januari 2019.