Met de introductie van de nieuwe standaard voor het samenstellen van historische financiële informatie (COS 4410) en de NBA-handreiking 1136 “Een praktische toelichting op Standaard 4410 en andere bij de samenstellingsopdracht behorende regelgeving” zijn er nieuwe termen geïntroduceerd die in de praktijk voor nogal wat onduidelijkheid zorgen.

Het betreffen met name de termen significante aangelegenheden en ook significante oordeelsvorming, waarvan wij hebben gemerkt dat het klaarblijkelijk niet duidelijk is wat het onderscheid is en wat nu wel en niet in het samensteldossier opgenomen moet worden.

In het onderstaande gaan we nader in op beide begrippen en geven wij ook aan wanneer nadere documentatie in uw samensteldossier verplicht is gesteld.

A. Significante aangelegenheden.

De term significante aangelegenheden komt in de COS slechts 1 keer voor, te weten in artikel 38a.

In COS 38a is onder andere opgenomen “De accountant dient in de opdracht documentatie significante aangelegenheden op te nemen, die zich tijdens de samenstellingsopdracht voordoen en hoe de accountant hiermee is omgegaan.”

Wat zijn nu significante aangelegenheden?

In handreiking 1136 wordt daar nader op ingegaan. In het onderstaande zijn enkele passages uit deze handreiking opgenomen, die heel duidelijk nader inzicht verschaffen in de definitie (met voorbeelden) en wat er gedocumenteerd met worden.

Significante aangelegenheden zijn, op basis van zijn professionele oordeelsvorming, zaken die door de accountant als belangrijk zijn aangemerkt voor de jaarrekening, daar waar het verslaggevingsaspecten betreft of, indien van toepassing, de kwaliteit van de door de klant aangeleverde informatie. Deze zaken zullen daarom ook altijd met de klant worden besproken.

Genoemde voorbeelden zijn:

  • Met behulp van de accountant bepaalde belangrijke schattingsposten.
  • Met behulp van de accountant toegepaste belangrijke grondslagen.
  • Met behulp van de accountant geformuleerde belangrijke toelichtingen.
  • Hoe informatie voor belangrijke posten bij de klant tot stand is gekomen.
  • Welke informatie onvolledig of onjuist blijkt en hoe daarmee is omgegaan.
  • Belangrijke posten die besproken of bediscussieerd zijn met de klant.

In de toelichting op het vorenstaande is voorts opgenomen: Dat professionele oordeelsvorming door het principle based inrichten van Standaard 4410 leidt tot verschillende interpretaties van wat significant is en dus wat in het dossier moet worden opgenomen, is evident. Wanneer er bij latere toetsing een vraag rijst waarom iets niet is gedocumenteerd en de accountant kan uitleggen dat het niet significant is, dan is het niet-documenteren in lijn met de Standaard. Daarmee wordt het in de praktijk regelmatig gehoorde adagium ‘niet gedocumenteerd is niet gedaan’ in perspectief geplaatst, omdat dit vooral noodzakelijk is voor assuranceopdrachten waar vereist is dat de accountant positieve bevindingen uit het controleproces gebruikt als controlebewijs.

Elders in voormelde handreiking is aangeven dat continuïteitsissues bij de samenstellingsopdracht per definitie significant zijn en deze worden dan ook zorgvuldig besproken met de klant en gedocumenteerd in het dossier. Ondanks dat Standaard 4410 hiertoe geen verplichting oplegt, ligt het voor de hand dat de accountant overweegt om in zijn verklaring aandacht aan de continuïteit te besteden (een paragraaf ter benadrukking van bepaalde aangelegenheden).

B. Significante oordeelsvorming

De term significante aangelegenheden komt in de COS voor in artikel 29 en 30. Met name in artikel 30 waarin is opgenomen “Als de accountant in de loop van het samenstellen van de historische financiële informatie ondersteuning voor significante oordeelsvormingen heeft geboden, dient hij deze te bespreken met het management of, in voorkomend geval, de met governance belaste personen.”

Hoe hier in de praktijk mee moet worden omgegaan is ook in voormelde handreiking 1136 uitgewerkt. Hierin is aangegeven dat de accountant ervoor zorgt dat de klant begrijpt wat hij heeft gedaan en hoe hij tot de uitkomsten is gekomen, anders kan de klant niet verantwoordelijk zijn voor de jaarrekening. Wat de accountant bespreekt wordt dus overgelaten aan zijn professionele oordeelsvorming. In het dossier worden significante vastleggingen opgenomen (zie Par. 7.2.1). Bijvoorbeeld door het opnemen van een bespreeknotitie over belangrijke posten die besproken of bediscussieerd zijn met de klant en hoe daarmee is omgegaan.

Hieruit blijkt wederom dat het verplicht is dat van besprekingen dossieraantekeningen worden gemaakt.