Er wordt geprocedeerd over de toepassing van de vrijstelling van overdrachtsbelasting (artikel 15, eerste lid, onderdeel b Wet BRV) bij bedrijfsopvolging van ouders door kinderen. Geldt deze ook als het niet een IB-onderneming betreft, maar aandelen in een onroerende zaak lichaam (OZL) die overgedragen worden van een ouder naar een kind?

Full•Finance Consultants treedt als gemachtigde op voor een belanghebbende die inmiddels bij de Hoge Raad is aangeland. Rechtbank Noord-Nederland en het Hof Arnhem-Leeuwarden stelden de belanghebbende in het gelijk waarop vervolgens de staatssecretaris cassatieberoep aantekende bij de Hoge Raad.

Op 30 mei 2018 heeft de AG geconcludeerd dat dit cassatieberoep ongegrond is. Een mooie ontwikkeling die hopelijk wordt gevolgd door de Hoge Raad.

Tegelijkertijd wordt in meer uitspraken de betreffende vrijstelling toegepast conform de zaak die bij de Hoge Raad loopt. Zo ook door Hof Amsterdam op 1 mei 2018, nr. 17/00379: Een bv hield zich bezig met de aankoop, ontwikkeling, verkoop en verhuur van onroerende zaken. In 2013 schenkt vader de aandelen aan dochter. Niet in geschil is dat sprake is van een vastgoedlichaam (art 4 Wet BRV). Met een beroep op de zogenaamde doorkijkarresten oordeelt het hof dat de vrijstelling bij overdracht van een onderneming als bedoeld in art. 15.1.b Wet BRV van toepassing is.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Sandra Twigt (055-3559979).