Algemeen

Onlangs heeft de Raad voor Toezicht bij diverse kantoren aangekondigd dat zij dit jaar een kwaliteitstoetsing zullen (moeten) ondergaan. Omdat diverse bij Full•Finance werkzame accountants regelmatig worden betrokken bij zowel de voorbereiding van de toetsing, de toetsing zélf, als bij het traject erna, hebben wij veel indrukken en ervaring opgedaan. Uiteraard worden de toetsingsuitkomsten en – ervaringen intern besproken en vergeleken.

Daarbij vallen diverse zaken op die wij u niet willen onthouden. Op een aantal punten zijn de verschillen groot, misschien wel te groot. Wellicht concludeert u na het lezen van dit artikel hetzelfde.

Wij zetten een aantal zaken op een rij: de tijdsbesteding, de (persoonlijke) voorkeur en kennis van toetsers, de wijze van toetsen en het aantal deelwaarnemingen.

Tijdsbesteding

Allereerst merken wij op dat er een groot verschil is in tijdsbesteding tussen een onderzoek op een controledossier door accountants van de AFM en door de toetsers van de Raad Voor Toezicht. Waar de AFM in een deelonderzoek op een gemiddeld mkb-controledossier 3 tot 4 dagen met meerdere accountants een dossier beoordeelt, moet 1 toetser van de NBA het veelal met 2 dagdelen (dus 8 uren) doen, eventueel aangevuld door een afstemming met een toetsingsleider. Het moge duidelijk zijn dat dit geen gelijkwaardige dossierbeoordeling kan opleveren. Hoewel de tijdsbesteding van de AFM erg ruim lijkt, lijkt het in ieder geval een garantie te bieden dat er een gedegen beoordeling van het dossier plaatsvindt. Niet alleen door de ruimere tijdsbesteding, maar ook door het feit dat meerdere toetsers oordelen. Het is bij een beperkte tijdsbesteding van een NBA-toetsing onvermijdelijk dat er keuzes moeten worden gemaakt van onderdelen binnen het gehele proces, wat de subjectiviteit in de hand werkt. Zie hierna.

Persoonlijke voorkeuren en kennis

Op basis van het beeld dat wij hebben gekregen constateren wij dat de ervaring en vakkennis van toetsers uiteenloopt, hetgeen willekeur in de hand kan werken.

Wij hebben helaas gezien dat er door verschillende toetsers bij verschillende toetsingen op gelijkwaardige punten wel of helemaal geen opmerkingen worden gemaakt ofwel op volstrekt identieke punten het predicaat “aanbeveling” (minder zwaar) en “aanwijzing” (zware overtreding) werd gegeven.

Ter illustratie gaan wij in op twee voorbeelden:

  1. Bij de toetsing van een kantoor kwam voor dat een identieke bevestiging bij de jaarrekening bij twee afzonderlijke controledossiers door de ene toetser werd afgekeurd, en door de andere toetser akkoord werd bevonden.
  2. Tevens hebben wij bemerkt dat eenzelfde toetser bij het ene kantoor de berekeningswijze van de materialiteit bekritiseert en noteert in het toetsingsverslag, terwijl dezelfde toetser bij een toetsing van een ander kantoor dezelfde berekeningswijze wel akkoord vond.

Dit zijn slechts twee geschetste voorbeelden.

Ondanks dat iedere professional zijn eigen specialistische kennis en voorkeuren heeft, zouden toetsingen zodanig moeten worden ingevuld dat dit niet tot wezenlijk andere toetsingsresultaten kan leiden.

Principle based regelgeving vraagt om principle based toetsen

Vriend en vijand zijn het er inmiddels over eens dat in de regels voor de accountantscontrole en ook andere opdrachten in de COS geen hele concrete/voorgeschreven invulling is gegeven aan de uit te voeren werkzaamheden. De regelgeving is priciple based opgezet en vraagt ook om principle based toetsing.

Toch zien wij toetsers die een eigen invulling geven aan de standaarden en vervolgens deze invulling als norm gaan opleggen.

Principle based toetsen betekent volgens ons dat de toetser echter toetst of de accountant met al zijn klant- en dossierkennis plausibele keuzes heeft gemaakt en de verplichte onderdelen van de diverse Standaarden heeft gevolgd.

Uiteindelijk gaat het bij toetsing van controledossiers om afdoende controlebewijs en daarvoor is geen absolute kwantitatieve definitie in de Standaarden opgenomen. Indien de getoetste accountant gemotiveerd kan uitleggen waarom hij bepaalde werkzaamheden (wel/niet) heeft uitgevoerd zou dit voldoende moeten zijn.

Uiteraard geldt vorenstaande ook voor de toetsing van samensteldossiers. Ten aanzien van Standaard 4410 heeft de NBA een (zeer heldere) praktijkhandreiking uitgebracht. Ook hier is de ervaring dat toetsers deze handreiking onvoldoende inhoudelijk kennen, de inhoud niet lijken te onderschrijven, en vervolgens zelf normen opleggen en dossiers langs de lat van de eigen normering toetsen.

Onvoldoende deelwaarnemingen door toetsers?

Het uiteindelijke eindoordeel van de Raad voor Toezicht is gebaseerd op de bevindingen ter zake van de algemene opzet, bestaan en werking van het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing en -bewaking, alsmede op de bevindingen van de onderzochte opdrachten. Het is evident dat een oordeel door de Raad voor Toezicht daarover voor een belangrijk deel wordt gevormd door een zeer beperkt aantal getoetste dossiers. In paragraaf 4.1 van het toetsersprotocol zijn deze aantallen vermeld.

Een (terecht) belangrijk controlevraagstuk wordt gevormd door onderbouwing van het aantal waarnemingen om een oordeel te kunnen geven over de werking van een procedure dan wel een uitspraak te kunnen doen over een homogene massa. Het aantal deelwaarnemingen van de Raad voor Toezicht is zeer beperkt, statistisch niet onderbouwd en het in het controleprotocol genoemde aantal zou bij een soortgelijk vraagstuk in een controle (terecht) als onvoldoende worden beschouwd om een dergelijke uitspraak te kunnen doen.

Overigens heeft de rechter in een soortgelijke uitspraak een boetebesluit van de AFM herroepen. Kern van de zaak was daarbij de interpretatie van de zorgplicht. Volgens de rechter zijn tekortkomingen in individuele dossiers alleen, niet voldoende bewijs dat de zorgplicht is geschonden.

Hoe nu verder?

Als u dit jaar wordt getoetst, is het belangrijk dat u weerbaar de toetsing ingaat. Misschien hebt u iets aan onze bevindingen. U hebt in ieder geval een enorme voorsprong in kennis ten aanzien van uw klant. Zorg ervoor dat u de wet- en regelgeving kent. Desgewenst kunt u zich op dit gebied laten bijstaan. Hierdoor kan in het voortraject – voordat de rapportages worden opgemaakt – veel onduidelijkheid worden weggenomen. Ga weerbaar het eindgesprek in bij uw toetsing.

Signaleert u dat het mis dreigt te gaan, vraag dan om een time-out. Dat mag van de Raad voor Toezicht en geeft u de gelegenheid om het verweer op orde te brengen. Ook dan kunt u aan ons vragen om aanwezig te zijn bij de voortzetting van het slotgesprek op een later tijdstip.

Onze waarnemingen, die verder gaan dan alleen uw praktijk, brengen wij met regelmaat in bij de Raad voor Toezicht en ander gremia.