Uw klant meldt dat hij voornemens is in het huwelijk te treden met zijn vriendin en vraagt u als zijn adviseur wat hij moet gaan regelen. Wel of geen huwelijkse voorwaarden en hoe werkt dat uit als zij trouwen in het najaar van 2017 of in het voorjaar van 2018? Hoe zat dat ook alweer met dat nieuwe huwelijksvermogensrecht?

De man (Jan) heeft een IB-onderneming, een privéschuld, en hij heeft bij het overlijden van zijn vader een behoorlijke erfenis ontvangen (zonder uitsluitingsclausule). Zijn vriendin (Anna) heeft een bedrijfspand dat aan zijn IB-onderneming wordt verhuurd en ze heeft een schenking ontvangen (met uitsluitingsclausule) van een geldbedrag dat op een aparte rekening is gestort. Samen bezitten zij een woning met hypotheek.

In beide situaties is van belang onderscheid te maken tussen drie vermogens: privévermogen Jan, privévermogen Anna en gemeenschappelijk vermogen.

Trouwen volgens het wettelijke huwelijksvermogensrecht betekent in:

 

Dit zijn de verschillen tussen het huwen in het najaar 2017 of het voorjaar 2018 als zij volgens het wettelijke huwelijksvermogensrecht trouwen. Is dit niet gewenst, dan moeten huwelijkse voorwaarden worden opgemaakt.

Het nieuwe regime gaat ervan uit dat hetgeen tijdens het huwelijk verdiend wordt binnen de (beperkte) gemeenschap van goederen valt. Voor de IB-onderneming van Jan betekent dit dat een redelijke vergoeding voor de kennis, vaardigheid en arbeid die een echtgenoot ten behoeve van de onderneming heeft aangewend, ten bate van de gemeenschap dient te komen. Het is dus van belang dat u als adviseur klanten adviseert over de vastlegging waaruit het ondernemingsvermogen bestaat, de waardering en waarderingsmethode van de onderneming en wat wordt begrepen onder een redelijke vergoeding. Deze onderlinge afspraken horen thuis in huwelijkse voorwaarden!

Let op: de redelijke vergoeding ziet volgens de wet op de onderneming en niet op ter beschikking gesteld vermogen. Het is de vraag of dit logisch/verdedigbaar is. Ga dit vooral met klanten bespreken. Ook hier geldt dat nadere afspraken via huwelijkse voorwaarden moeten worden vastgelegd.

Even terugkomen op de gezamenlijke woning en schuld. Onder het nieuwe regime wordt dit gemeenschappelijk vermogen (beiden de onverdeelde helft) omdat dit voorheen voorhuwelijks gezamenlijk eigendom was (eenvoudige gemeenschap). Als Jan en Anna geen gelijk aandeel hadden in de woning en/of schuld (bijvoorbeeld 70-30) en deze verhouding willen continueren (in plaats van 50-50) dan moet dit in de huwelijkse voorwaarden geregeld worden.

Gescheiden vermogens blijven alleen in stand als wordt bijgehouden wat er met dit vermogen gebeurt. Als Jan vanuit zijn erfenis de verbouwing van het pand van Anna betaalt ontstaat een vorderingsrecht voor Jan op basis van artikel 1:87 BW. Als Anna met haar geschonken geld de gezamenlijke woning laat verbouwen, ontstaat op basis van 1:95 BW een vorderingsrecht voor Anna. Voor beide vorderingsrechten geldt de beleggingsleer!

Zonder adequate administratie verwatert het afgescheiden vermogen en ontstaat een situatie alsof er een algehele gemeenschap van goederen bestaat met alle consequenties van dien bij scheiden, faillissement en erven.

Een goede adviseur weet hoe (en wanneer) zijn klanten zijn gehuwd. Het is zaak te onderkennen wie van de partners welke vermogens bezit en of deze vermogens privévermogen of gemeenschappelijk vermogen zijn. Tot slot dienen deze vermogens ook nog eens uit elkaar gehouden te worden. Een goede administratie en vastlegging is cruciaal!

Het huwelijksvermogensrecht is een complexe materie, zowel wat civiele als fiscale gevolgen betreft. Wilt u meer informatie, dan kunt u contact opnemen met mr. Sandra Twigt RB (s.twigt@fullfinance.nl). Een (inhouse) cursus huwelijksvermogensrecht is beschikbaar en kan indien gewenst ook op maat worden gemaakt voor bijvoorbeeld een vaktechnisch overleg.