Misschien bent u momenteel als accountant, net als veel van uw collega’s, bezig met het samenstellen, beoordelen of controleren van een of meer van de in totaal 38.000 stichtingen en/of verenigingen die Nederland rijk is (bron CBS 2017, 2e kwartaal).

Bij deze werkzaamheden loopt u wellicht tegen enkele vraagstukken op, waarvan wij er hier 3 zullen behandelen:

  1. Welke jaarrekeningvoorschriften zijn van toepassing?
  2. Welke werkzaamheden dien ik als accountant uit te voeren?
  3. Hoe ga ik om met een stichting administratiekantoor?

1.       Welke jaarrekeningvoorschriften zijn van toepassing?

De u bekende jaarrekeningvoorschriften uit Titel 9 Boek 2 BW zijn (naast o.a. nv’s en bv’s) integraal van toepassing op commerciële verenigingen en commerciële stichtingen.

Er is sprake van een commerciële vereniging of stichting als er een onderneming wordt gevoerd die in het handelsregister moet worden ingeschreven en waarvan de jaaromzet hoger is dan  € 6 miljoen.

Inschrijving in het handelsregister is verplicht als wordt voldaan aan onderstaande criteria:

  • er worden goederen en/of diensten geleverd;
  • er wordt hiervoor een meer dan symbolische vergoeding gevraagd;
  • er wordt deelgenomen aan het (normale) economisch verkeer;
  • er is sprake van een organisatie van arbeid en kapitaal;
  • er is sprake van geregelde deelname aan het economisch verkeer (duurzaamheid);
  • er is sprake van meer dan een opdrachtgever/afnemer (zelfstandigheid);
  • de vrijheid bestaat om de werkzaamheden naar eigen inzicht te verrichten.

Naast BW2 titel 9, dient voor deze organisaties voorts RJ 630 Commerciële stichtingen en verenigingen te worden toegepast.

Voor de niet-commerciële stichtingen en verenigingen gelden geen formele jaarrekeningvereisten vanuit de wet, zoals we deze voor voormelde organisaties wel kennen. Omdat een wettelijke verplichting ontbreekt, mogen stichtingen en verenigingen er dus voor kiezen om hun jaarrekening niet op te stellen volgens algemeen aanvaarde grondslagen voor de verslaggeving (lees RJ), maar kunnen ze ervoor kiezen hun eigen grondslagen te kiezen.

Bij een jaarrekening die is gericht op meerdere gebruikers is het echter wel aan te raden om de bepalingen van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving te volgen. Deze richtlijnen vormen namelijk algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving in Nederland.

Let hierbij op dat ook hier in de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving op basis van omvang een duidelijke scheiding is aangebracht, te weten kleine en middelgrote en grote verenigingen/stichtingen. Hierbij worden dezelfde criteria gehanteerd als in BW2 titel 9 voor de bepaling van de omvang (klein/middelgroot/groot).

Voor middelgrote en grote stichtingen/verenigingen gelden daarbij de bepalingen uit RJ 640 en verder (afhankelijk van de aard van de organisatie). Zo gelden voor een aantal stichtingen en verenigingen specifieke regelingen voor de inrichting van de jaarrekening. Denk hierbij aan specifieke richtlijnen voor bijvoorbeeld instellingen op het gebied van volkshuisvesting, zorginstellingen en onderwijsinstellingen.

Voor kleine stichtingen/verenigingen gelden de bepalingen in de RJK onderdeel C. Het moge duidelijk zijn dat de eisen in de RJK aanzienlijk beperkter zijn dan de eisen in de RJ.

2.       Welke werkzaamheden dien ik als accountant toe te passen?

Voor u als accountant is het dus erg relevant dat voorafgaande aan de uit te voeren werkzaamheden duidelijk blijkt welke waarderingsgrondslagen door het bestuur van de stichting/vereniging worden gekozen. Wij adviseren u dan ook deze grondslagen expliciet met uw relatie vooraf door te nemen en dit ook vast te leggen in de opdrachtbevestiging. Uiteraard worden deze in de jaarrekening vervolgens toegelicht en dient u in uw accountantsverklaring hiernaar te verwijzen.

Ten aanzien van de werkzaamheden dient voorts altijd kennis te worden genomen van de statuten om de aard van de opdracht te kunnen bepalen. Niet zelden staat in statuten een controleopdracht voorgeschreven, die dien ten gevolge ook moet worden uitgevoerd.

 3.       Hoe ga ik om met een stichting administratiekantoor? (hierna stichting AK)

Een stichting AK heeft als doelstelling het in eigendom houden, beheren en administreren van aandelen tegen toekenning van certificaten aan de certificaathouders. We gaan hier nader in op de wijze waarop de door een stichting AK gehouden aandelen en dividendstromen moeten worden verwerkt.

Op grond van de administratievoorwaarden beschikt een stichting AK nooit over de economische eigendom van de aandelen. Derhalve worden deze aandelen volgens bepalingen uit de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving niet verantwoord als activa van een stichting AK. Dientengevolge wordt evenmin een verplichting in de balans opgenomen voor de uitgegeven certificaten. Ontvangen dividenden op aandelen en doorstorting naar de certificaathouders worden om voormelde reden niet als baten en lasten verwerkt. Door de Raad voor de Jaarverslaggeving wordt wel toegestaan dat de gehouden aandelen en de uitgegeven certificaten als pro memorie (p.m.) in de balans worden opgenomen. Er zijn enkele toelichtingsvereisten in de jaarrekening opgenomen die nader zijn uitgewerkt in RJ 640.529.