Nederland past in de meeste verdragen voor inkomsten uit dienstbetrekking de zogenoemde vrijstellingsmethode toe. Bij deze methode geeft Nederland in beginsel een vrijstelling van belasting. Of er belasting in het werkland wordt betaald en hoeveel, is daarbij niet van belang.

De tegenhanger van deze methode is de verrekeningsmethode; alleen de daadwerkelijk in het werkland betaalde belasting wordt in mindering gebracht op de in Nederland verschuldigde belasting. Deze methodiek is van toepassing op beloningen van bestuurders maar ook op werknemers die in landen werkzaam zijn waar niet of nauwelijks belasting wordt geheven, zoals bijvoorbeeld in de Golfstaten het geval is.

Toch heeft de staatssecretaris enige tijd geleden goedgekeurd dat de vrijstellingsmethode mag worden toegepast op arbeidsinkomen van inwoners van Nederland die in de Golfstaten werken en waarvoor in het verdrag de verrekeningsmethode staat beschreven.

Voor arbeidsinkomen betreft dat de landen Bahrein en Oman. Voor de landen Qatar, Saoedi-Arabië en Verenigde Emiraten gaat het specifiek om arbeidsinkomen van luchtvaartpersoneel en personeel aan boord van schepen. En voor inkomen uit werkzaamheden buitengaats betreft het Bahrein, Koeweit, en VAE.

De goedkeuring leidt dus tot dubbele niet-heffing en dat is nogal opmerkelijk te noemen. En dan geeft de staatssecretaris nog een cadeautje weg in het Besluit, namelijk terugwerkende kracht tot 1 januari 2015. Het loont dus de moeite om na te gaan of het zinvol is voor de voorbije jaren de vrijstellingsmethode alsnog te claimen voor inkomsten waarop op basis van het verdrag de verrekeningsmethode van kracht is. Indien de aangifte inkomstenbelasting al definitief is afgehandeld kan dat via een verzoek om ambtshalve vermindering.