In onze review- en OKB-praktijk komen we regelmatig de situatie tegen dat in het kader van de voortzetting van de kredietverlening door de bank een zogenaamde waiver wordt verstrekt. Omdat dit voor de jaarrekening van de kredietnemende vennootschap (hierna: kredietnemer) gevolgen heeft, hebben wij een aantal aandachtspunten op een rij gezet.

Kredietarrangement

Kredietverlening door de bank wordt doorgaans vastgelegd in een kredietarrangement waarbij in de vorm van financiële convenanten afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld het (minimale of maximale) niveau van de financiële ratio’s die voor het beoordelen van de kredietpositie van de kredietnemer van belang zijn. Ook kunnen bijvoorbeeld afspraken gemaakt worden over de schuldenlast van de kredietnemer, over het dividendbeleid of over het investeringsbeleid. Financiële convenanten vervullen daarmee voor de bank een belangrijke signaalfunctie. Hoe meer risico de bank bij de kredietverlening inschat, hoe meer convenanten er zullen zijn en hoe strikter deze van inhoud zullen zijn.

Waiver bij niet-naleving

De sanctie op het niet naleven van een convenant is standaard te vinden in de algemene voorwaarden van de bank. Hierin is doorgaans een bepaling opgenomen die er op neer komt dat de bank bevoegd is haar vordering door opzegging onmiddellijk opeisbaar kan maken indien de kredietnemer tekort schiet in het nakomen van enige verplichting jegens de bank.

In de praktijk zal een bank niet zo snel haar recht tot onmiddellijk opeisen van het verstrekte krediet uitoefenen. Meestal zal de bank in een dergelijke situatie een waiver verstrekken. Met een waiver  geeft de bank aan voor welke termijn en onder welke aanvullende voorwaarden het niet voldoen aan de financieringsconvenanten wordt gedoogd. Een waiver heeft daarmee de functie van formele vastlegging van de acceptatie van de bank van het (op onderdelen) niet nakomen van de kredietovereenkomst door de kredietnemer.

Continuïteitsvraag

Wanneer er per balansdatum sprake is van een situatie waarin niet langer (op onderdelen) aan de kredietvoorwaarden wordt voldaan, dient in eerste instantie rekening gehouden te worden met de vraag welke mogelijke gevolgen dit heeft voor de continuïteit van de kredietnemer. In RJ 170.303 wordt “het niet langer voldoen aan financieringsconvenanten zonder dat duidelijk is wat de gevolgen zijn voor de voortzetting van de financiering” als omstandigheid genoemd die mogelijk een indicatie kan vormen dat er sprake is van ernstige onzekerheid over de continuïteit.

Met het verkrijgen van een waiver wordt in het algemeen op het punt van het voortzetten van de kredietverlening door de bank voldoende duidelijkheid verkregen. Het is dan wel aan te raden om voor het afgeven van een accountantsverklaring bij de jaarrekening te beschikken over de definitieve door de bank getekende waiver. In bepaalde gevallen is het namelijk denkbaar, bijvoorbeeld door de aanvullende voorwaarden die in de waiver worden gesteld of de actuele ontwikkelingen bij de kredietnemer, dat vragen over de continuïteit blijven bestaan.

Kortlopend/langlopend

Indien op balansdatum niet wordt voldaan aan de leningsvoorwaarden van een langlopende leningsovereenkomst met als gevolg dat de schuld direct opeisbaar wordt, bepalen RJ 254.307 en RJK B9.206 verder dat de kredietnemer de schuld in dat geval dient te rubriceren als kortlopend.

Indien echter op of voor balansdatum met de kredietverstrekker een herstelperiode is overeengekomen en daarom onmiddellijke opeising niet mogelijk is, dient de schuld als langlopend geclassificeerd te blijven, mits de herstelperiode minimaal tot 12 maanden na balansdatum loopt.

Indien pas na balansdatum doch voor het moment van opmaken van de jaarrekening overeenstemming wordt bereikt door een rechtspersoon met de schuldeiser over een herstelperiode waardoor de lening niet binnen 12 maanden na balansdatum opeisbaar is, is het toegestaan de schuld ook als langlopend te classificeren. De toepassing van deze optie wordt dan toegelicht.

Indien bedoelde omstandigheden zich per balansdatum nog niet voordoen maar dicht worden benaderd, bepaalt RJ 254.408 in dit verband dat dan de belangrijkste voorwaarden ten aanzien van de opeisbaarheid van de langlopende schuld dienen te worden vermeld. In de RJK is over deze situatie overigens geen bepaling opgenomen.

RJ-jaareditie 2018

Tenslotte vermelden wij voor de volledigheid dat in de RJ-jaareditie 2018 (ingaande voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2019, eerdere toepassing aanbevolen) RJ 254.408 is verduidelijkt en is uitgebreid tot de volgende tekst:

“Overeengekomen kan zijn dat aan een langlopende schuld voorwaarden en bepalingen zijn gesteld die, indien deze in werking treden, van invloed zijn op het tijdstip of de omvang van de uitstroom van middelen uit hoofde van de schuld.

Bijvoorbeeld kunnen bepalingen in een bankconvenant – zoals het moeten voldoen aan een minimale solvabiliteitsratio of een andere ratio – in werking treden en leiden tot een directe of op korte termijn opeisbaarheid van de schuld.

Indien deze voorwaarden en bepalingen gedurende het boekjaar of na balansdatum maar voor het moment van opmaken van de jaarrekening in werking zijn getreden, dient de rechtspersoon deze gebeurtenis toe te lichten alsmede de belangrijkste voorwaarden en bepalingen van de schuld die beïnvloed zijn, te vermelden.

Indien de hiervoor bedoelde voorwaarden of bepalingen op balansdatum of na balansdatum maar voor het moment van opmaken van de jaarrekening nog niet in werking zijn getreden maar dicht zijn benaderd, dienen de belangrijkste voorwaarden en bepalingen tevens te worden vermeld.

Voorbeelden van voorwaarden en bepalingen die de rechtspersoon vermeldt, zijn:

  • de afgesproken bankconvenanten, de ratio’s en de mate waarin de rechtspersoon de realisatie van de afgesproken ratio’s benadert;
  • de berekeningswijze van de afspraken of (financiële) ratio’s die zijn overeengekomen;
  • de mogelijke gevolgen voor de rechtspersoon bij schending van de afspraken in de bankconvenanten.”

Nb: Of op dit onderdeel de bepalingen van de RJK ook zijn gewijzigd is ons niet bekend omdat de RJK-jaareditie 2018 momenteel nog niet beschikbaar is. We verwachten niet dat dit zal zijn, maar wanneer dit wel zo blijkt te zijn, zullen wij hiervan in een volgende nieuwsbrief melding maken.

Hebt u een vraag over kredietverlening en de verwerking daarvan, neem dan contact op met Leantine Wolffensperger of Henk den Hollander.