In onze nieuwsbrief van 18 oktober 2018 is bericht dat het toetsmoment voor het verkrijgen van een doelgroepverklaring en het daaraan gekoppelde recht op een loonkostenvoordeel (hierna LKV) wordt gewijzigd van kalendermaand in maand.

Vanaf 1 januari 2019 heeft de werkgever recht op een LKV als de werknemer uit één van de doelgroepen in de maand voorafgaand aan de indiensttreding een uitkering had. De toelichting bij de wijziging bevat een nogal cryptische en onduidelijke uitleg over de aan deze wijziging te verlenen terugwerkende kracht (tot en met 1 oktober 2018).

Naar aanleiding van de vele vragen die hierover werden gesteld aan UWV en belastingdienst, is nadere informatie verschenen. De terugwerkende kracht blijkt toch niet zo bedoeld te zijn; slechts voor een beperkt aantal eerder (vóór 1 oktober 2018) aangevraagde en afgewezen doelgroepverklaringen zal het UWV de afwijzing herzien. Dit betreft de doelgroepverklaringen banenafspraak en scholingsbelemmerden en die voor het herplaatsen van arbeidsgehandicapten.

Afgewezen doelgroepverklaringen oudere – en arbeidsgehandicapte werknemers worden echter niet herzien. Op nieuwe aanvragen voor een doelgroepverklaring die het UWV ontvangt vanaf 1 oktober 2018 wordt uit coulance alvast geanticipeerd op de nieuwe wettekst (toetsmoment is maand i.p.v. kalendermaand).

De gevolgen van dit beleid worden geïllustreerd aan de hand van een voorbeeld.

Voorbeeld

Oudere werknemer; WW-uitkering vanaf 1 augustus; datum in dienst 15 augustus 2018. De werkgever van deze werknemer heeft op basis van de huidige wettekst geen recht op een LKV en op grond van de nieuwe tekst wel.

  1. aanvraag doelgroepverklaring op 20 september 2018; als de aanvraag al voor 1 oktober is afgehandeld door het UWV, dan wordt deze afgewezen doelgroepverklaring niet herzien en ook bij afhandeling (op of) na 1 oktober wordt de doelgroepverklaring afgewezen.
  2. aanvraag doelgroepverklaring op 20 oktober 2018; doelgroepverklaring wordt goedgekeurd en afgegeven. Ook de werknemer voor wie een aanvraag voor een doelgroepverklaring achterwege is gelaten, omdat men dacht dat deze toch zou worden afgewezen, kan alsnog een aanvraag doen (mits nog binnen de termijn van 3 maanden na aanvang dienstbetrekking) en krijgt een doelgroepverklaring.

Het gevolg is dat werkgever 2) recht heeft op een LKV van maximaal € 6.000 gedurende drie jaren. Werkgever 1) krijgt niets.

Het verschil zit dus in de datum van de aanvraag. Een merkwaardige wijze van uitvoering die geen wettelijke grondslag heeft, noch aan de orde is geweest bij de parlementaire behandeling. Logischer was geweest om aan te sluiten bij de datum van indiensttreding.

Of deze door het UWV en belastingdienst te hanteren verschillen in behandeling tussen de doelgroepen door een rechter zullen worden gesanctioneerd, valt nog te bezien. Werkgevers doen er goed aan de in 2018 afgewezen (of niet ingediende) aanvragen voor een doelgroepverklaring nog eens onder de loep te nemen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Mirjam van de Langerijt (m.van.de.langerijt@fullfinance.nl of 055-355 99 79).