Door middel van het besluit van 28 mei 2018 heeft de staatssecretaris van Financiën het besluit van 3 juni 2014 over Lijfrenten in de winstsfeer op twee onderdelen gewijzigd. Het gaat in beide gevallen over de ‘andere-verzekeraarssanctie’.

In gewoon Nederlands: in welke gevallen mag een lijfrenteverplichting (voor de stakingswinst en de oudedagsreserve) bedongen bij de overdracht van een onderneming (vervolgens) door de overnemer worden overgedragen?

Hoofdregel is dat een lijfrenteverplichting alleen zonder toepassing van de sanctiebepalingen kan worden overgedragen wanneer deze verplichting onderdeel is van de overdracht van een onderneming.

In bepaalde situaties kan ontheffing gevraagd worden van toepassing van deze sanctiebepalingen.

De eerste wijziging betreft paragraaf 3.2. waarin de machtiging aan de inspecteur tot ontheffing is verduidelijkt en is uitgebreid met bepaalde situaties die tot nu toe door het Ministerie van Financiën nog zelf werden behandeld. In deze paragraaf wordt ook de overdracht van een lijfrenteverplichting in het kader van een juridische splitsing of een juridische fusie behandeld.

De tweede wijziging betreft paragraaf 9.1. en behandelt de overdracht van zogenoemde oudregimewinst- en FOR-stamrechten (artikel 19 en 44j Wet IB 1964 (oud)). Dit zijn stamrechten die vóór 1 januari 1992 zijn bedongen.

Vanaf 28 mei 2018 mogen deze oudregimewinst- en FOR-stamrechten nu wel worden overgedragen. Daar worden nog wel voorwaarden aan  verbonden, maar de belangrijkste, dat de overdracht van de stamrechtverplichting onderdeel moet zijn van de overdracht van een onderneming, is komen te vervallen. De staatssecretaris verwoordt het als volgt:

“Voor de duidelijkheid merk ik tot slot van dit onderdeel op dat de beschreven werkwijze meebrengt dat ook situaties waarin de overdracht van de verplichting geen onderdeel is van – kort gezegd – de overdracht van een onderneming, door de inspecteur kunnen worden afgedaan (mits wordt voldaan aan de boven beschreven voorwaarden voor afdoening door de inspecteur). En dat dus, anders dan voorheen, dergelijke situaties niet voor nadere beoordeling en afdoening naar mij hoeven te worden doorgestuurd.”

Waarom nu wel deze tegemoetkoming en bij de vorige herziening van het besluit in 2014 nog niet, is dan weer bijzonder.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rob Lendering, tel. 055 – 355 99 79 of r.lendering@fullfinance.nl

Bron: Ministerie van Financiën, Besluit van 28 mei 2018, BLKB 2014/816