Winstneming op onderhanden projecten bij kleine en micro-rechtspersonen, bij gebruikmaking van de commerciële grondslag, is vaak niet mogelijk omdat de projectenadministratie veelal niét voldoet aan de door de RJK in B5.3 Onderhanden projecten gestelde eisen. Het toepassen van de fiscale grondslag kan dan een oplossing bieden. Zorg dat u de documentatie hiervan in uw samensteldossier op orde hebt.

Lees hier meer over methoden en tips.

Twee methoden van winstneming

Bij de verwerking en waardering van opbrengsten en kosten met betrekking tot onderhanden projecten in opdracht van derden (hierna: onderhanden projecten) bij kleine en micro-rechtspersonen zijn twee methoden van winstneming beschikbaar (RJK B5.308):

  1. winstneming naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het project (hierna: Percentage Of Completion – POC);
  2. winstneming bij oplevering respectievelijk voltooiing van het project (hierna: Zero-Profit – ZP).

De kleine en micro-rechtspersoon is vrij om te kiezen tussen beide waarderingsmethoden.

Vaak echter geen vrije keuze mogelijk in de praktijk

De RJK stelt aan het toepassen van POC de expliciete eis dat de winst op betrouwbare wijze kan worden bepaald (RJK B5.308). Is dit laatste niet het geval, dan heeft men geen keus en moet men ZP toepassen bij de verwerking en waardering van opbrengsten en kosten met betrekking tot onderhanden projecten. Dit betekent dat men gedurende de looptijd van het onderhanden project slechts opbrengsten in de winst-en-verliesrekening verwerkt tot het bedrag van de gemaakte projectkosten dat waarschijnlijk kan worden verhaald. Deze projectkosten worden dan verwerkt in de winst-en-verliesrekening in de periode waarin ze worden gemaakt. Per saldo wordt er aldus nog géén winst genomen op het onderhanden project (RJK-B5.313)

TIP 1: let op met voorraden op onderhanden projecten, dit zijn nog géén gerealiseerde kosten.

Verwachte verliezen worden zowel bij toepassing van POC als ZP onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening verwerkt (RJK-B5.315).

TIP 2: let op de kwaliteit van de orderportefeuille, voorcalculatorische verliezen op projecten die nog niet zijn aangevangen moet men nemen.

De voorwaarden voor een betrouwbare winstbepaling bij POC

Met betrekking tot een aanneemcontract moet aan de volgende vier voorwaarden (cumulatief) worden voldaan om te kunnen spreken van een betrouwbare winstbepaling (RJK-B5.309):

  1. de totale projectopbrengsten kunnen op betrouwbare wijze worden bepaald;
  2. het is waarschijnlijk dat de economische voordelen met betrekking tot het onderhanden project naar de rechtspersoon zullen toevloeien;
  3. zowel de vereiste projectkosten om het onderhanden project af te maken als de mate waarin het onderhanden project per balansdatum is voltooid, kunnen op betrouwbare wijze worden bepaald;
  4. de aan de onderhanden projecten toe te rekenen projectkosten zijn duidelijk te onderscheiden en op betrouwbare wijze te bepalen, zodat de werkelijk bestede kosten vergeleken kunnen worden met de voorcalculatie of eerdere schattingen.

Ingeval van een regiecontract moet aan de volgende twee voorwaarden (cumulatief) worden voldaan wil er sprake zijn van een betrouwbare winstbepaling (RJK-B5.310):

  1. het is waarschijnlijk dat de economische voordelen met betrekking tot het onderhanden project naar de rechtspersoon zullen toevloeien;
  2. de aan het onderhanden project toe te rekenen projectkosten, al dan niet verrekenbaar op basis van het contract, zijn duidelijk en betrouwbaar te bepalen.

Voldoet de kleine en micro-rechtspersoon aan deze voorwaarden?

Om betrouwbaar te zijn, dient informatie een getrouw beeld te geven van de transacties en andere gebeurtenissen die zij ofwel voorgeeft weer te geven, ofwel in redelijkheid verwacht mag worden weer te geven. Tevens dient de informatie in jaarrekeningen volledig te zijn binnen de grenzen die gevormd worden door hetgeen van relatieve betekenis is (materialiteit) en de kosten van vervaardiging (RJ 930.33 en 38).

Laten we eens vanuit het aspect betrouwbaarheid naar de gestelde eisen aan het aanneem- en regiecontract kijken.

Ten eerste de projectopbrengsten. Deze vormen een onderdeel van het aanneem- of regiecontract. Voor meer- en minderwerk worden meestal tussentijdse afspraken (contracten) gemaakt. Aansluiting met deze contracten kan een indicatie zijn van de betrouwbaarheid. De volledige verantwoording van de meerwerkopbrengsten (mits materieel) zal een uitdaging zijn aangezien de projectenadministratie bij kleine/micro-rechtspersonen vaak niet is ingebed in een deugdelijke administratieve organisatie.

Ten tweede het toevloeien van de economische voordelen naar de rechtspersoon. Hiermee wordt bedoeld dat de opdrachtgever voor de geleverde prestaties zal gaan betalen. Dit is normaliter vaak het geval.

Ten derde de bepaling van de totale projectkosten en de voortgang.  Indien de rechtspersoon een periodieke analyse per project maakt waarbij men de te verwachten totale projectkosten vergelijkt met de oorspronkelijke projectbegroting, dan voldoet men veelal aan dit criterium. De voortgang dient men te bepalen conform een van de in RJ-221.309 beschreven drie methoden (de verhouding gemaakte projectkosten t.o.v. de geschatte totale projectkosten, inspectie van het uitgevoerde deel van het project óf voltooiing van een fysiek onderscheidbaar projectonderdeel).

Ten vierde het duidelijk onderscheiden en betrouwbaar bepalen van de aan het onderhanden project toe te rekenen projectkosten. Aan dit criterium wordt voldaan indien de rechtspersoon een projectenadministratie gebruikt waarin bestede kosten op een betrouwbare wijze worden geregistreerd. Daartoe dient deze projectenadministratie, zoals ook al bij het eerste criterium het geval was, wel weer te zijn ingebed in een deugdelijke administratieve organisatie. Dit is bij kleine/micro-rechtspersonen vaak niet het geval.

Conclusie

Naar aanleiding van het bovenstaande kan men concluderen dat POC bij kleine/micro-rechtspersonen vaak niet kan worden toegepast.

Toch POC toepassen?

Voldoet de projectenadministratie van uw klant (kleine/micro-rechtspersoon) niet aan bovenstaande criteria (wat meestal het geval zal zijn), dan kan men overwegen om bij het samenstellen van de jaarrekening de fiscale grondslag toe te passen. De wet staat dit voor deze categorie rechtspersonen expliciet toe in artikel 2: 396, lid 6 BW. Bij het toepassen van de fiscale grondslag bent u verplicht om al tussentijds winst te nemen op onderhanden projecten.

Documentatie in het samensteldossier

In een eerdere nieuwsbrief hebben wij aandacht besteed aan significante aangelegenheden en significante oordeelsvorming. Vaak gaat het bij onderhanden projecten om materiële bedragen in de jaarrekening die gepaard gaan met de nodige risico’s/onzekerheden. Om deze reden dient u zorg te dragen voor adequate documentatie hiervan in uw samensteldossier. Ook dient u in de bedrijfsbeschrijving in uw dossier voldoende aandacht aan dit onderdeel te besteden (zie hiertoe NV COS 4410.28 en A44).