Er komen in 2018 extra administratieve lasten aan voor de Wwft. Onder andere het cliëntonderzoek zal voor alle cliënten opnieuw moeten worden gedaan. Volgens de minister van Financiën gaat dat 2 uur per dossier kosten.

In 2018 wordt de bepaling van het risicoprofiel op witwassen en/of financieren van terrorisme voor de cliënten behoorlijk op de schop gegooid. Het wordt uitgebreider en ook lastiger.

In deel 1 van deze serie is ingegaan op de nieuwe definitie van de achterliggende belanghebbende. In dit deel is er aandacht voor de nieuwe bepalingen van het risicoprofiel van de cliënt. Ook hier heeft de Europese Unie behoorlijke verzwaringen voorgesteld die in Nederland in de conceptwetgeving zijn overgenomen. In de oude regels van de Wwft was dit eigenlijk ter beoordeling van het kantoor. Dat is nu niet meer zo. Er komen voorgeschreven risicoprofielen en situaties.

Bepaling van het risico op witwassen en/of financieren van terrorisme

In de nieuwe Wwft is opgenomen dat bij het bepalen van het risico of u bij een cliënt te maken kunt krijgen met witwassen verplicht gebruik moet worden gemaakt van risicofactoren die door de Europese Unie en de Nederlandse overheid worden vastgesteld. Nu kennen we daarvoor de richtsnoeren (of handreiking 1124) die alleen maar onverplichte voorbeelden geven.

De Europese Unie heeft vorig jaar haar lijst met risicofactoren bekendgemaakt in een stuk van maar liefst 290 pagina’s. En voor de goede orde, daar staan verplichte risico’s in vermeld. Bij het uitvoeren van het cliëntonderzoek Wwft moeten deze dus worden meegenomen. De Nederlandse lijst is nog niet bekend.

De beschreven risico’s kennen een paar algemene factoren die als volgt zijn samen te vatten:

  1. Het landenrisico:
    het maakt uit met welke landen wordt gehandeld en die landen zullen worden aangewezen door de Europese Unie.
  2. De activiteiten van de cliënt zelf:
    dit is een niet onlogische risicofactor die we nu eigenlijk ook wel kennen, bijvoorbeeld onderneming met veel kasverkeer.
  3. Het soort instelling:
    een accountantskantoor wordt aangemerkt als een instelling en kan op zich als risicofactor worden aangemerkt.
  4. De diensten die de instelling verricht:
    dit is wel een nieuwe risicofactor. Sommige diensten worden gezien als extra risicovol.

Voorbeeld van een risicofactor

Eén van de beschreven risicofactoren is het adviseren bij het verkrijgen van onroerend goed. Daarmee wordt in dit voorbeeld niet bedoeld de activiteiten van een makelaar maar van een belastingadviseur of accountant.

Volgens de beschrijving van de Europese Unie is hier sprake van de samenloop van meerdere risicofactoren. Uiteraard de activiteit van de cliënt zelf, het kopen of verkopen van onroerend goed. Maar verrassend komen daar twee factoren bij. De accountant/belastingadviseur worden in de beschrijving als risicovolle instellingen gezien. En als laatste risicofactor wordt de dienst van het adviseren over onroerend goed ook als risicovol gezien. Daarmee komen de hiervoor genoemde factoren 2, 3, en 4 factoren samen.

De risicoclassificatie

Het was tot nu toe gebruikelijk om twee of drie risicoklassen te gebruiken. Bijvoorbeeld een laag risico, gewoon risico of hoog risico op witwassen. In de definities van de Europese Unie worden dat er vier:

  • Laag
  • Gematigd significant
  • Significant
  • Zeer significant

In het voorbeeld van hiervoor stelt de Europese Unie dat adviezen door accountants aan cliënten met betrekking tot onroerend goed altijd het niveau significant hebben.

Conclusie

De bepaling van het risicoprofiel in de Wwft tijdens het cliëntonderzoek wordt aanmerkelijk aangescherpt en zal tot meer werkzaamheden leiden. In een volgende aflevering zal worden ingaan op de momenten waarop een dergelijk onderzoek plaats moet vinden.

Zoals eerder aangegeven hebben wij als Full•Finance commentaar gegeven op het conceptbesluit omdat daar naar onze mening een aantal bepalingen in staan die óf niet duidelijk genoeg zijn óf leiden tot een onaanvaardbare administratieve lastendruk.