Tijdens een review van een samenstellingsopdracht met betrekking tot de jaarrekening 2023 van een kleine rechtspersoon ontstond er discussie over het activeren van ontwikkelingskosten. Centraal stond de vraag: ‘Is de onderneming verplicht om ontwikkelingskosten te activeren of is er sprake van een vrije keuze?’ In deze bijdrage ga ik in op de overwegingen ten aanzien van deze vraag en sluit af met een antwoord.
De casus
Een klant van een accountantskantoor is actief in de ontwikkeling van producten waarmee vroegtijdig signalen van stress herkend kunnen worden bij mensen. De producten worden voornamelijk gebruikt in de zorgsector en bij de politie. Tot en met de jaarrekening 2023 heeft de klant de ontwikkelingskosten rechtstreeks in de winst- en verliesrekening verantwoord en niet geactiveerd op de balans als immaterieel vast actief.
De uitwerking
In RJK B1.105 is bepaald dat immateriële vaste activa die voortkomen uit ontwikkeling mogen worden geactiveerd indien de rechtspersoon álle onderstaande punten kan aantonen (cumulatieve vereisten):
- de technische uitvoerbaarheid om het immaterieel vast actief te voltooien, zodat het beschikbaar zal zijn voor gebruik of verkoop;
- haar intentie om het immaterieel vast actief te voltooien en het te gebruiken of te verkopen;
- haar vermogen om het immaterieel vast actief te gebruiken of te verkopen;
- hoe het immaterieel vast actief waarschijnlijk toekomstige economische voordelen zal genereren. Onder andere moet de rechtspersoon aantonen dat er een markt bestaat voor de goederen of diensten die met het immaterieel vast actief worden voortgebracht dan wel voor het immaterieel vast actief zelf of, als het immaterieel vast actief binnen de rechtspersoon wordt gebruikt, de bruikbaarheid van het immaterieel vast actief;
- de beschikbaarheid van adequate technische, financiële en andere middelen om de ontwikkeling te voltooien en het immaterieel vast actief te gebruiken of te verkopen;
- het vermogen om de uitgaven gedurende de ontwikkeling van het immaterieel vast actief betrouwbaar vast te stellen.
Aangezien in deze casus de ontwikkelde producten al in gebruik waren bij klanten was het duidelijk dat men aan alle bovenstaande 6 punten voldeed. Het leek er dus op dat de klant daarom een vrije keuze had om de gemaakte ontwikkelingskosten niet te activeren en direct ten laste van het resultaat te brengen.
Echter, in RJK B1.105 is ook nog opgenomen dat indien interne ontwikkeling van immateriële activa behoort tot de voornaamste activiteit van de rechtspersoon dat dan de rechtspersoon moet overgaan tot de activering van het immaterieel actief indien de rechtspersoon alle 6 hierboven genoemde punten kan aantonen.
Het antwoord
Aangezien de core business van het bedrijf bestond uit het (verder) ontwikkelen van de genoemde producten was er in dit geval geen sprake van een vrije keuze en moeten de ontwikkelingskosten worden geactiveerd in de balans als immateriële vaste activa die voortkomen uit ontwikkeling. Ook moet er in dit geval, conform RJK B8.113 en 2: 365, lid 2 BW, nog een wettelijke reserve geactiveerde kosten van ontwikkeling worden gevormd.
Als je naar aanleiding van dit artikel vragen hebt neem dan gerust contact met mij of met één van mijn collega’s op.
Henk Mentink RA (h.mentink@fullfinance.nl) of bel 055-355 99 79.
Publicatiedatum: 20 mei 2025