Besluit Administratieve Verplichtingen Omzetbelasting

Nieuw Besluit Administratieve Verplichtingen Omzetbelasting gepubliceerd

De Staatssecretaris van Financiën heeft het besluit over administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen in de omzetbelasting geactualiseerd (Stcrt. 2025, 15981). Dit besluit vervangt het vorige besluit uit 2014 en is per 9 mei 2025 in werking getreden.
Naast inhoudelijke wijzigingen is het besluit herschreven om meer duidelijkheid te bieden. Beschrijvende teksten zijn vervangen door directe verwijzingen naar wet- en regelgeving, wat de herleidbaarheid en bruikbaarheid in de praktijk zal vergroten.

We zetten de belangrijkste wijzigingen voor je op een rij.

  1. Transactieoverzicht als vervoersbewijs

Een belangrijke praktische wijziging is dat voortaan een transactieoverzicht van reizen met het openbaar vervoer als vervoersbewijs kan gelden. Dit geldt niet alleen bij gebruik van een OV-chipkaart, maar ook bij andere betaalmiddelen zoals een betaalpas. Voorwaarde is dat het overzicht bepaalde gegevens bevat, zoals:

  • de datum van uitreiking;
  • de identiteit van de presterende ondernemer;
  • de datum waarop de vervoersdiensten zijn verricht;
  • het afgelegde traject en
  • het te betalen btw-bedrag of de gegevens aan de hand waarvan het btw-bedrag kan worden berekend. Dit kan bijvoorbeeld door vermelding van de totaalprijs inclusief 9% btw.
  1. Inhoud van de factuur

Een verplichte vermelding op de factuur is de volledige naam en het volledige adres van de ondernemer en zijn afnemer. In beginsel gaat het daarbij om de juridische naam. De gegevens zijn onder meer van belang om vast te stellen van welke ondernemer de btw moet worden geheven.
Het gebruik van de handelsnaam is geoorloofd, mits deze handelsnaam in combinatie met het adres en de woonplaats als zodanig bij de Kamer van Koophandel is geregistreerd. Bij fiscale eenheden is het gebruikelijk dat de naam van het onderdeel van de fiscale eenheid dat de prestatie verricht op de factuur staat.

In het nieuwe besluit is conform eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie EU terecht de vermelding geschrapt dat alleen een postbusnummer op de factuur niet voldoende is (HvJ EU 15 november 2017, C-374/16).

  1. Herziening ten onrechte gefactureerde btw

In het besluit is recente jurisprudentie verwerkt (HvJ EU 30 januari 2024, C-442/22). Ook een niet-ondernemer die ten onrechte btw op een factuur vermeldt, is deze btw verschuldigd. Verder is de toelichting op de verplichtingen van de factuurontvanger bij onderzoek naar de juistheid van een factuur verduidelijkt.

  1. Bijzondere regeling voor intracommunautaire afstandsverkopen en digitale diensten

Bij intracommunautaire afstandsverkopen en digitale diensten wordt de plaats van dienst mede bepaald door het al dan niet overschrijden van een omzetdrempel. Het kan voorkomen dat een ondernemer Nederlandse btw heeft berekend en voldaan terwijl de prestatie door overschrijding van de drempel belastbaar was in een andere lidstaat.
Nieuw is dat bij dubbele btw-heffing door verschillen in naheffingstermijnen tussen lidstaten een ambtshalve vermindering mogelijk blijft, ook buiten de gebruikelijke vijfjaarstermijn.

  1. Geen btw-identificatienummer bij B2B-diensten

Als een B2B-afnemer in een andere lidstaat vanwege de kleine ondernemersregeling geen btw-identificatienummer heeft, mag de dienstverrichter de dienst in rubriek 1e van de aangifte verantwoorden. Dit voorkomt verschillen tussen de btw-aangifte en de opgaaf ICP.

Heb je vragen over dit besluit, dan kun je daarmee terecht bij onze btw-specialiste, mr. Katelijne ten Thije. Zij is te bereiken via ons kantoornummer 055 355 99 79 of per e-mail: k.ten.thije@fullfinance.nl.

Publicatiedatum: 16 juni 2025