Een dga met een voorliefde voor golfen heeft zijn bezoekjes aan de golfbaan duur moeten betalen.

Wat is het geval? De dga had een auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 83.735. Daarvoor beschikte hij over een Verklaring geen privégebruik auto. Veel mensen denken dat ze dan geen kilometeradministratie bij hoeven te houden. Dat is onjuist. Desgevraagd moet worden aangetoond (“doen blijken”) dat minder dan 500 km privé is gereden op jaarbasis. Daarvoor geldt een vrije bewijsleer. In de praktijk gaat dit nog wel eens fout. In deze casus had de dga echter keurig een sluitende rittenadministratie bijgehouden. Waarom ging het dan toch mis?

De dga was van mening dat de bezoeken aan de golfclub allemaal zakelijk waren. In 2011 stonden er 79 ritten in zijn rittenadministratie. Hoewel de inspecteur niet betwistte dat hij met zakenrelaties gegolfd had, vond hij dat golf een sport was en dus een privé-aangelegenheid. Dat vond Hof Den Bosch te kort door de bocht. Echter, het hof oordeelde met een beroep op een arrest uit 1985 dat personen die in vergelijkbare omstandigheden verkeren als deze dga jaarlijks 17 bezoeken aan golfclubs brengen. Dit aantal komt uit de door de dga ingebrachte “Golfbranche Monitor Jaarrapportage 2010”. Daarmee oordeelde het hof dat van de 79 ritten er 17 privé waren. Per saldo dus 17 ritten maal 8 kilometer maal 2 maakt 272 privé kilometers. Omdat er los daarvan nog 326 andere privékilometers geregistreerd stonden, werd de grens van 500 kilometers overschreden.

De dga ging nog in cassatie maar de Hoge Raad heeft het beroep zonder nadere motivering ongegrond verklaard.

Per saldo kreeg de bv van de dga een naheffingsaanslag loonbelasting van € 10.885. Toch zonde als je denkt dat je puur zakelijk gegolfd hebt!

Publicatiedatum: 4 april 2019