Ja, dat klopt. Daar heeft hij een handig hulpmiddel voor: de GBA-inschrijving. En zo weet hij ook waar de belastingplichtige woont. Of toch niet soms?

Soms hechten de fiscale autoriteiten iets teveel belang aan die GBA-inschrijving. Dat is wel een van de criteria om te bepalen waar iemand woont, maar andere zijn vaak veel belangrijker. Dat bleek ook in de uitspraak over een Nederlander die werkzaam was aan boord van een schip. Hij had een woning in Nederland, een auto en banktegoeden en ook zijn familie en vrienden woonden in Nederland. Tot en met 2015 heeft hij aangiften gedaan als binnenlands belastingplichtige. Hij is in 2004 getrouwd met een Roemeense die een eigen woning had in Roemenië. Volgens de Roemeense belastingdienst was de man geen inwoner van Roemenië (hij was daar immers niet ingeschreven). Daar denkt de man echter anders over en hij verzoekt om ambtshalve vermindering van de aanslagen inkomstenbelasting over 2011-2015.

De (fiscale) woonplaats wordt bepaald naar de omstandigheden (art. 4 AWR). Dat betekent dat niet de civielrechtelijke en formele criteria zoals inschrijving GBA beslissend zijn, maar de feitelijke omstandigheden. Als er een duurzame band van persoonlijke aard bestaat met Nederland, is er dus sprake van een woonplaats in Nederland. Die band hoeft niet sterker te zijn dan met enig ander land. Aldus de Hoge Raad in 2013.

Het hof oordeelt allereerst onder verwijzing naar dit arrest dat de man inwoner van Nederland is. Maar vervolgens komt de vraag op of niet tevens sprake is van inwonerschap in Roemenië. Daarvoor schrijft het verdrag een soort afpelregeling voor. Als sprake is van een duurzaam tehuis in beide landen (en dat hoeft dus geen eigendom te zijn!), wordt gekeken naar de staat waarmee de persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn. Op grond daarvan komt het hof tot de conclusie dat de man inwoner is van Roemenië. Het middelpunt van de levensbelangen bevindt zich namelijk daar, te weten de Roemeense woning met zijn Roemeense echtgenote. Dat hij (nog) niet was ingeschreven in Roemenië vond het hof niet doorslaggevend. Bovendien is hij per saldo (veel) meer dagen in Roemenië dan in Nederland. Dat blijkt o.a. uit het pinpasgebruik.

Conclusie: hoewel de man volgens nationaal recht wel degelijk inwoner is, wordt dat overruled door het verdrag. Dat vergt uiteraard wel een feitelijke beoordeling waarbij over de relevantie van de feiten en omstandigheden verschil van mening kan bestaan. De man blijft wel binnenlands belastingplichtig, maar Nederland kan alleen heffen over inkomensbestanddelen die op grond van het verdrag aan Nederland zijn toegewezen. En dat is in deze casus alleen de woning (dat wordt dan dus box 3-vermogen). Dus hoewel de inspecteur weet waar zijn huis woont, moet hij toch terugtreden qua heffingsrechten. Het beroep in cassatie is ingetrokken door de staatssecretaris van Financiën.

Voor meer informatie, neem contact op met drs. Bert Driessen (b.driessen@fullfinance.nl of 055-3559979).

Publicatiedatum: 26 februari 2020