De ‘sequel’ van de ‘schijnzelfstandigheid’

Dat er veel gedoe is rondom schijnzelfstandigheid bij zzp-ers is een zwaar understatement. Waar begin 2025 nog het uitgangspunt was dat het handhavingsmoratorium na 2025 niet verlengd zou worden, en er dus ook boetes opgelegd zouden kunnen worden, gaat ook dat weer (tijdelijk) van tafel.

De beoordeling na de VAR

Na afschaffing van de VAR (in 2016!) is de wetgever er nog niet in geslaagd om afdoende criteria te formuleren voor de beoordeling of zzp-ers wel of niet (schijn)zelfstandig zijn. Diverse plannen sneuvelden of werden ingehaald door de politieke werkelijkheid. En in de jurisprudentie is door het Deliveroo-arrest en het Über-arrest een set criteria gegeven die weliswaar veel aanwijzingen bevatten om een beoordeling te maken, maar die zijn allesbehalve eenduidig. En de praktijk worstelt er behoorlijk mee. Er zijn door alle onzekerheid en de potentieel grote financiële gevolgen al meerdere sectoren waarin zzp-ers nagenoeg verdwijnen. Denk aan de kinderopvang en de thuiszorg. Maar ook in de bouwsector zijn inmiddels forse naheffingen opgelegd aan een aantal werkgevers. En eerder schreef ik al een artikel in deze nieuwsbrief over de schijnzelfstandige RA.

Handhaving

Onder zware druk van de Tweede Kamer wordt de handhaving vooralsnog met een extra jaar opgeschort behalve voor zogenaamde probleemgevallen (gedwongen zelfstandigheid, onderbetaling, arbeidsmigratie en evidente schijnzelfstandigheid). Wel moet nog aan Europa worden gevraagd of dat nadelige financiële gevolgen heeft voor toegezegde bijdragen uit Brussel. Ook de zogenaamde ‘zachte landing’ (risicogerichte handhaving en oog voor de menselijke maat) zal in ieder geval tot 1 april 2026 verlengd worden (behoudens gevallen van misbruik).

De politiek wil verder graag dat het opleggen van boetes zoveel mogelijk wordt vermeden en dat er meer bedrijfsbezoeken worden afgelegd. Dan vraag ik me wel af wie dat moet doen: hebben ze daar weer (schijn)zelfstandigen voor nodig?

Wetsvoorstel VBAR

Op dit moment ligt er een wetsvoorstel VBAR (Verbetering Beoordeling Arbeids Relatie) en een initiatiefwet van een viertal politieke partijen. Het is echter vooral stil qua ontwikkeling daarvan. En de webmodule die beschikbaar is, biedt geen zekerheid. Mogelijk is de oorzaak dat teveel partijen met verschillende belangen hier iets van moeten vinden. Het gaat niet alleen om fiscale aspecten, maar ook om  sociaal-economische en het sociaal vangnet (uitkeringen) respectievelijk oudedagsvoorzieningen.

Wij hebben aan aantal dossiers op dit gebied begeleid, waaronder een ondernemer die met zzp-ers zanglessen verzorgt. Daar bleek uit de webmodule dat sprake was van echt ondernemerschap. Maar zoals gezegd biedt dat geen zekerheid. Bij een fulltime ingehuurde zzp-er met een contract voor 6 jaar bij een overheidsinstelling was geen sprake van inbedding, maar wel van een mix van omstandigheden waardoor een eenduidige conclusie niet mogelijk was.

Op naar 2026!

Al met al blijft het sterk afhankelijk van de individuele situatie of sprake is van zogenaamde schijnzelfstandigheid of niet. Belangrijk is in ieder geval om goed zelf onderzoek te doen en een dossier op te bouwen. En dan zullen we maar eens kijken of 2026 het jaar wordt waarin we eindelijk een soort van opvolger van de VAR gaan krijgen.

Voor meer informatie: drs. Bert Driessen (055-355 99 79) of b.driessen@fullfinance.nl

Publicatiedatum: 29 december 2025