Met ingang van 2021 geldt voor alle accountants een nieuw pe-regime. Dit systeem wordt de komende twee jaren gefaseerd ingevoerd. Het systeem verandert van een inputgericht systeem (‘uren’) naar een outputgericht systeem (opstellen van een persoonlijk ontwikkelingsplan en bijhouden van een portfolio). De permanente educatie moet gekoppeld zijn aan de werkzaamheden: Omdat de te stellen leerdoelen verband moeten houden met de werkzaamheden van een accountant, moeten uit het portfolio tevens de werkzaamheden van een accountant blijken (Nadere voorschriften, toelichting bij artikel 3).

Het nieuwe systeem betekent niet dat er geen eisen gesteld (kunnen) worden aan de pe-activiteiten van accountants. Artikel 12 VGBA stelt dat de accountant zijn vakbekwaamheid bij moet houden. Als accountant zult u dus, vanuit uw werkzaamheden, moeten nadenken over de vraag welke pe-activiteiten u zult moeten ondernemen. De inhoud komt centraal te staan, niet de urennorm. Daarnaast stelt artikel 6 van de nadere voorschriften permanente educatie: Het bestuur kan voor een nader te bepalen groep accountants een kennisgebied of onderwerp vaststellen ten aanzien waarvan pe-activiteiten van nader te bepalen omvang worden verricht. Verplichte pe zal er dus blijven.

Het bestuur van de NBA kan de portfolio’s inhoudelijk beoordelen. Jaarlijks zal door her bestuur een deelwaarneming, op basis van een risicoanalyse, worden verricht. Hierbij kunnen twee oordelen worden geveld: het portfolio “voldoet” of “voldoet niet”. In dat laatste geval kan het bestuur instructies geven over de informatie die het portfolio bevat of over de inspanningen die verricht moeten worden. Ook tijdens de kwaliteitstoetsing van de accountantspraktijken kan het portfolio aan bod komen. Hierbij wordt door de toetsers echter uitsluitend vastgesteld dat het portfolio beschikbaar is en in overeenstemming is met hetgeen de accountant zelf heeft bevestigd. In de definitieve toelichting bij de Nadere Voorschriften is, in tegenstelling tot het consultatiedocument, veel explicieter aangegeven dat er bij de kwaliteitstoetsing geen inhoudelijke beoordeling plaatsvindt.

De toetsing roept natuurlijk de vraag op wanneer er voldoende is bijgedragen aan de naleving van artikel 12 van de VGBA. Dat is, volgens de toelichting op de Nadere Voorschriften “niet goed in concrete criteria te vangen”. Het is in elk geval lastiger dan “uren tellen”. Overigens zal de NBA niet meteen naar de Accountantskamer stappen, als een portfolio niet voldoet aan de gestelde eisen: Daarvoor wordt eerst een traject bewandeld waarbij op basis van aanwijzingen van de NBA stappen worden gezet om dat plan wel in overeenstemming te brengen met de te stellen eisen” (algemene toelichting op de Nadere Verordening).

Drs. Jurroen Cluitmans