Verzuimboete – en dan?

Wat kun je doen tegen een verzuimboete wegens niet doen van aangifte of te late betaling?

Ik kreeg in 2025 verschillende keren de vraag of er wat te doen was aan de hoogte van een verzuimboete voor het niet doen van aangifte of te laat betalen. En ook nu was er weer een casus in de jurisprudentie, die overigens niet goed afliep, maar die mij ertoe brengt hier nog een keer wat over te schrijven. Daarbij ga ik niet in op de wettelijke regeling zelf, maar wel op wat je mogelijk kunt doen als een (hoge) boete wordt opgelegd.

De casus

De recente casus ging over het volgende. Een bv had ten onrechte niet binnen een maand na een dividenduitkering van € 2 miljoen de dividendbelasting afgedragen. De inspecteur legde de maximale verzuimboete op van € 5.514 wegens te late betaling. Onder verwijzing naar een uitspraak van Hof Amsterdam van 17 juli 2024 wilde de bv de boete verlaagd hebben tot bijvoorbeeld € 500. Rechtbank Zeeland-West-Brabant ging daar echter niet in mee omdat de er onvoldoende gelijkenis was met de feiten en omstandigheden in die casus (naar mijn mening terecht). Vervolgens oordeelde de rechtbank dat het vergeten van de betaling geen reden tot matiging van de boete is. De termijn staat op het aangiftebiljet en ook de gemachtigde had daarop gewezen in een mail. De verzuimboete is passend en geboden.

Is het daarmee klaar?

Houdt het daarmee dan op? Nee, dat is te makkelijk. Vroeger had je de regeling dat je bij een eerste verzuim geen boete kreeg, bij een tweede verzuim een kleine boete en pas na drie verzuimen een hogere boete. Helaas is dat systeem verlaten, waardoor nu bij elke aangifte die te laat is een boete kan worden opgelegd ongeacht of sprake is van opzet of grove schuld. En dat gebeurt ook veelal. Je zult dus bezwaar moeten maken tegen de boete. De inspecteur moet namelijk bij het opleggen van de boete rekening houden met omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot een hogere of lagere boete dan voortvloeit uit het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst.

Daarbij zou je kunnen verweren met de volgende stellingen met de kanttekening dat mede bepalend is het niveau van kennis dat kan worden toegeschreven aan de desbetreffende persoon, en of er wel of niet een gemachtigde is.

  1. Dit is pas de eerste keer. Er is geen historie van te late aangiften.
  2. De te late aangifte/betaling berust op een fout. Niet elke fout is verwijtbaar en/of beboetbaar.
  3. De klant heeft geen specialistische kennis op dit punt. Dan is het niet echt aan de klant te wijten.
  4. Er is een wanverhouding tussen de hoogte van de boete en de ernst van het gepleegde verzuim. De boete zou bedoeld moeten zijn om de klant “op te voeden” en bij een boete in deze omvang is gewoon sprake van een straf en dat is hier niet reëel. Dat is in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
  5. Er is geen belasting te laat betaald.
  6. Er is slechts sprake van een kleine belastingplichtige. Dan is een dergelijke boete niet proportioneel.

In één geval in mijn praktijk was door omstandigheden een aangifte vennootschapsbelasting te laat ingediend. Opgelegde verzuimboete: € 3.354. Dat is fors temeer omdat de verschuldigde belasting nihil was. Na een bezwaar tegen de boete is deze verminderd tot € 500.

Er zijn diverse uitspraken geweest de afgelopen jaren waarin de uiteindelijke boete na bezwaar en/of beroep aanzienlijk lager is vastgesteld dan wat is toegestaan op grond van de wet.

Conclusie?

Ga niet klakkeloos akkoord met een verzuimboete. Nog beter is natuurlijk om dat gewoon te voorkomen en tijdig aangifte te doen en tijdig te betalen….

Mocht je meer willen weten over deze problematiek, neem dan contact op met drs. Bert Driessen. Hij is te bereiken via ons kantoornummer 055 355 99 79 of per e-mail b.driessen@fullfinance.nl

Publicatiedatum: 19 januari 2026