Eindelijk heeft de Hoge Raad in een procedure over de jaren 2013 en 2014 geoordeeld dat de box 3-heffing zoals we die kenden (4% forfaitair rendement) mogelijk in strijd is met EU-recht.

Dit is voor het eerst dat de hoogste rechter erkent dat dit rendement feitelijk niet haalbaar is zonder (veel) risico’s te nemen. Bij het beleggen van vermogen op spaarrekeningen en in Nederlandse staatsobligaties is aangegeven dat dit vanaf 2001, respectievelijk 2009 niet meer het geval is.

De vlag kan dus uit! Of toch niet?

Helaas, dat is niet het geval. De Hoge Raad oordeelt dat sprake is van een schending op stelselniveau, maar vindt dat de rechter terughoudendheid past om daarin te voorzien. De volgende tekst is (verkort weergegeven) gebruikt als motivering:

De Hoge Raad stelt vast dat de box 3-heffing dan, mede gelet op het toepasselijke tarief, op stelselniveau een schending van art. 1 EP EVRM vormt als het nominaal zonder (veel) risico’s gemiddeld haalbare rendement voor de jaren 2013 en 2014 lager is dan 1,2%. Omdat een dergelijke schending op stelselniveau gepaard gaat met een rechtstekort waarin niet kan worden voorzien zonder op stelselniveau keuzes te maken, die niet voldoende duidelijk uit het stelsel van de wet zijn af te leiden, past de rechter ten opzichte van de wetgever terughoudendheid bij het voorzien in zo’n rechtstekort op stelselniveau.

Wat moet u daar nu mee? Zoals wij in eerdere artikelen in deze nieuwsbrief al hebben aangegeven, moet voor een beroep op een buitensporige individuele last geprocedeerd worden door elke belastingplichtige afzonderlijk. Meelopen in de massaalbezwaarprocedures is niet mogelijk. Want of sprake is van een individuele buitensporige last is afhankelijk van diverse omstandigheden die van geval tot geval verschillen.

In 2015 en 2016 was het systeem hetzelfde als in 2013-2014. Dat zou dan betekenen dat ook voor die jaren sprake is van een schending van het EVRM. Met ingang van 2017 is het systeem in zoverre gewijzigd dat getracht is beter aan te sluiten bij de werkelijk behaalde rendementen. Maar er zitten dusdanig veel forfaits in verwerkt, dat het nog maar de vraag is of dat afdoende is. En er is nog steeds geen sprake van heffing over het feitelijk behaalde rendement! Wat de Hoge Raad daarmee gaat doen, moet nog worden afgewacht.

De belastingdienst heeft aangegeven de uitspraak te gaan bestuderen en kan/wil nog geen informatie hierover geven. De belastingtelefoon hierover bellen heeft geen zin.

De Bond voor Belastingbetalers gaat beoordelen of hij deze uitspraak voor gaat leggen aan het EHRM. Tevens lijkt dit arrest een aansporing voor de wetgever om meer haast te maken met een wet die het feitelijk behaalde rendement belast. Maar dat vindt men in Den Haag wel heel moeilijk, is al meerdere malen aangegeven.

Het laatste woord hierover is nog (lang) niet gezegd. Wij houden de ontwikkelingen in de gaten en zullen hierover in onze nieuwsbrief (blijven) berichten.

Publicatiedatum: 20 juni 2019