Volgens de regelgeving niet maar een recente uitspraak van de accountantskamer heeft ons weer aan het twijfelen gebracht.

De casus

Op 9 januari 2019 heeft de accountantskamer een uitspraak gedaan over een klacht waarbij de klager de accountant verweet dat deze had verzuimd om na te gaan of er voldoende informatie was om een juiste aangifte omzetbelasting in te dienen.  Het ging daarbij om het niet aangeven van het privégebruik van goederen.

Je kunt deze vraag beantwoorden van uit de zorgplicht. Dat doet de accountantskamer niet. Zij zoeken voor een antwoord op de vraag of er sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen aansluiting bij de Nadere Voorschriften COS 4410 (samenstellen). In deze standaard staat dat er nadere inlichtingen bij de cliënt moeten worden ingewonnen als de accountant zou constateren dat de door de ondernemer verstrekte informatie onjuist, onvolledig of anderszins onbevredigend is.

Het verweer van de accountant is dat deze zich indertijd heeft gebaseerd op mondelinge informatie dat er geen privégebruik zou zijn. Dat ligt uiteraard niet vast.

De accountantskamer besluit vervolgens om een waarschuwing uit te delen.

Wat is er nu zo vreemd aan de uitspraak?

Om te beginnen geeft de NV COS 4410 de omstandigheden aan waaronder deze voorschriften verplicht moeten worden toegepast. Een aangifte valt daar niet onder omdat deze niet voldoet aan de definitie van een financieel overzicht. Maar deze uitspraak geeft feitelijk aan dat de verplichte werkzaamheden uit de NV COS ook voor belastingaangiften zouden gelden.

In elke uitspraak van de accountantskamer en dus ook deze wordt begonnen met de opmerking dat de klager de feiten en omstandigheden aannemelijk moet maken. In deze uitspraak wordt de accountant echter verweten dat deze niet aantoonbaar om nadere informatie heeft gevraagd. Daarmee wordt ook de documentatie-eis van NV COS 4410 gekoppeld aan de werkzaamheden voor het indienen van de aangifte en wordt de bewijslast feitelijk bij de accountant gelegd. Deze moet aantonen dat er navraag is gedaan.

De accountantskamer verwijst in haar uitspraak van dit jaar naar een eerdere uitspraak uit 2015. Deze gaat ook over een onjuiste aangifte omzetbelasting. Daarin wordt de parallel getrokken met de werkzaamheden van COS 4410 “omdat het om een aanzienlijk bedrag gaat” en er daadwerkelijk sprake was van fraude.

In de uitspraak van januari 2019 gaat de accountantskamer naar onze mening verder dan in de uitspraak van 2015. De koppeling tussen het doen van een aangifte aan de verplichte werkzaamheden en de documentatie-eis van COS 4410 leidt naar onze mening tot de conclusie dat sprake is van een de verplichte toepassing van belangrijke delen van COS 4410. Daarmee is een aangifte in het kader van de Nadere Voorschriften Kwaliteitssystemen een met een aan assurance verwante opdracht gelijk te stellen NVKS-opdracht geworden en moet er een kwaliteitsborging zijn.

Dat is nooit de bedoeling geweest van de regelgever.

Conclusie   

Op basis van de analyse van deze uitspraak 9 januari 2019 moet de conclusie worden getrokken dat voor een aangifte-plus-opdracht de regels voor een samenstelopdracht zijn gaan gelden terwijl dat niet door de regelgever is bedoeld.