Middelgrote en grote ondernemingen zijn verplicht om de gezamenlijke bezoldiging van de bestuurders en gewezen bestuurder en afzonderlijk de gezamenlijke bezoldiging voor commissarissen en gewezen commissarissen op te nemen in de jaarrekening tenzij deze herleid kan worden tot een enkele natuurlijke persoon (2:383 lid 1 BW).
Bij het uitvoeren van OKB’s en reviews komen wij regelmatig tegen dat snel de conclusie getrokken wordt dat de beloning te herleiden is tot een enkele natuurlijke persoon.
Wie zijn de bestuurder of gewezen bestuurder (RJ 217.0)
Dat zijn natuurlijke of rechtspersonen die deel uitmaakt of uitmaakte van het statutaire bestuursorgaan. Dat iemand binnen de onderneming wordt aangeduid met directeur betekent nog niet dat deze bestuurder is in de zin van de wet.
Wat valt er onder de bezoldiging (2:383c en RJ 217.0)
Onder bezoldiging vallen onder andere:
- Periodiek betaalde beloningen,
- Beloningen betaalbaar op termijn,
- Uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband en
- Winstdelingen en bonusbetalingen.
In bijlage 3 van RJ 271 Personeelsbeloningen is een overzicht opgenomen van de bezoldigingen die onder de reikwijdte van artikel 2: 383 vallen. In dit artikel gaan we daar niet verder op in.
Het gaat hierbij om de vergoeding die de bestuurder ontvangt voor zijn bestuurstaken.
Stel een bestuurder van een rechtspersoon heeft een overeenkomst dat hij naast de bestuurstaken ook nog 50% van zijn tijd declarabele uren moet maken. In dat geval vallen alleen de beloning voor de bestuurstaak onder de bezoldiging bestuurder.
Als het voor de rapporterende rechtspersoon niet vast te stellen is welk deel toe te rekenen is aan de bestuurstaken dient het totaalbedrag opgenomen te worden onder vermelding van het feit dat een deel van de bezoldiging gerelateerd is aan andere activiteiten
Toepassing vrijstelling, indien bezoldiging herleidbaar is tot een enkele natuurlijke persoon (laatste volzin art 2.383 lid 1 BW)
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat met de term ‘herleidbaar’ wordt bedoeld dat door derden op basis van openbare informatie de individuele bezoldiging van een natuurlijke persoon kan worden ‘herleid’.
Herleidbaarheid kan niet door de rechtspersoon zelf worden ‘gecreëerd’, bijvoorbeeld door de onverplichte vermelding in de jaarrekening of bestuursverslag dat alle bestuurders een gelijke bezoldiging ontvangen of een soortgelijke bepaling in de statuten van de rechtspersoon. Om die reden zal als er sprake is van meerdere bestuursleden een dergelijke ‘herleidbaarheid’ tot de individuele bezoldiging slechts zelden aan de orde zijn.
Andere voorbeelden van situaties waarbij de vrijstelling niet opgaat zijn:
- Wanneer een enkele rechtspersoon (bijvoorbeeld de personal holding van de DGA) bestuurder is van de rechtspersoon
- Als gedurende het jaar sprake is van een bestuurswissel. Er is dan wel steeds maar 1 bestuurder, maar gedurende het jaar zijn er wel twee personen bestuurder geweest
- Als er twee bestuurders zijn waarvan één een natuurlijk persoon en één een rechtspersoon is en de managementfee wordt zichtbaar in de winst- en verliesrekening opgenomen. In dat geval dien je de managementfee niet als aparte post op te nemen.
Als niet overduidelijk is dat de vrijstelling toegepast kan worden (er is maar één natuurlijke persoon bestuurder), zal het controledossier een duidelijke onderbouwing moeten bevatten als wel gebruik gemaakt wordt van de vrijstelling.
Het ten onrechte niet opnemen van de wettelijk vereiste informatie omtrent de bezoldiging bestuurder leidt tot een afwijking in de jaarrekening. Als deze afwijking materieel is leidt dit tot een verklaring met beperking.
Indien er vragen zijn naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met mij, Sico Jurrius RA, s.jurrius@fullfinance.nl of een van mijn collega’s op 055 – 355 99 79.