Je koopt een woonboerderij met schuren, 1,5 hectare weiland en een paardenbak. Is dat als geheel een woning voor de overdrachtsbelasting? Ja, zo oordeelt Hof ’s-Hertogenbosch. Daarmee gingen ook het weiland en de paardenbak mee in het tarief van 2%, en niet deels in 10,4%.
Het hof toetst langs de bekende lijnen. De aanhorigheden moeten bij de woning horen, als zodanig in gebruik zijn en dienstbaar zijn aan de woning. Die drietrap is niet nieuw. De toepassing is wel ruim.
Wat gaf de doorslag?
- Alles ligt tegen elkaar aan, met één gezamenlijke oprit.
- Het object is als geheel verkocht als woonboerderij.
- Er is één nutsaansluiting.
- Alles wordt privé gebruikt. Er zijn geen huurders of andere derden.
- Schuren, paardenbak en weiland dienen de paardenhobby van de koper.
Belangrijk is wat het hof níet relevant acht. De verkoper gebruikte delen van het verkochte bedrijfsmatig. Dat voormalige gebruik telt niet. Relevant is het gebruik dat de koper beoogt.
Daarmee trekt het hof de behandeling van aanhorigheden bij de overdrachtsbelasting en de inkomstenbelasting naar elkaar toe. Dat overdrachtsbelasting een tijdstipbelasting is en inkomstenbelasting een periodebelasting, vond het hof daarbij niet van belang. Gekeken wordt naar de functie bij de koper.
Dit is een duidelijke, kopergerichte uitleg. Maar de fiscale praktijk blijft weerbarstig. De uitkomst is altijd casuïstiek, de feiten beslissen.
Heb je vragen, neem contact op met Gerbrand van Elten, 055 – 355 99 79 of g.van.elten@fullfinance.nl
Publicatiedatum: 16 september 2026
Dit bericht is eerder door Gerbrand gepubliceerd op zijn LinkedIn pagina