De “jubelton”: recente ontwikkelingen

Ouders mogen aan kinderen belastingvrij een bedrag van € 102.010 (2019) schenken voor de eigen woning. Voor een deel daarvan geldt overigens geen bestedingseis! Er zijn drie recente ontwikkelingen. In een besluit is door de wetgever een aantal verruimingen van de vrijstelling opgenomen. Tevens heeft Rechtbank Arnhem hierover een uitspraak gedaan nadat eerst verbouwd was en pas achteraf geschonken is. Daarnaast wordt in de media aangegeven dat meerdere malen van de vrijstelling gebruik kan worden gemaakt door kruislings te laten schenken door verschillende ouders. Een korte toelichting.

Besluit

Het besluit[1] geeft een aantal goedkeuringen waar de praktijk wat aan kan hebben in het geval men gebruik wil maken van de verhoogde schenkingsvrijstelling eigen woning (2019: € 102.010). In artikel 33a van de Successiewet wordt de definitie gegeven wat als een “schenking ten behoeve van een eigen woning” wordt aangemerkt en nadere voorwaarden staan in artikel 5 van de Uitvoeringsregeling. De wet heeft het over een schenking in de vorm van o.a. de woning zelf, een bedrag voor de verwerving van de woning of voor de kosten van verbetering of onderhoud van de woning, of een bedrag voor de aflossing van een eigenwoningschuld (of een restschuld).

De wet vereist dat het bedrag wordt ‘betaald’ en dat maakt dat het in de praktijk onduidelijk is of een kwijtschelding van een eigenwoningschuld voldoet (al was dat tijdens de parlementaire behandeling van de tijdelijk verruimde eigenwoningvrijstelling in 2014 wel expliciet toegezegd). Op basis van een redelijke wetstoepassing wordt de kwijtschelding van een eigenwoningschuld in het besluit gelijkgesteld met aflossen c.q. daadwerkelijk betalen en komt deze in aanmerking voor de vrijstelling.

Een vergelijkbare goedkeuring geldt onder voorwaarden als een schuldig gebleven koopsom na aanschaf van een eigen woning (uiterlijk op de dag van de juridische levering) wordt kwijtgescholden.

Als een woning wordt verkocht tegen een prijs die lager is dan de waarde in het economisch verkeer zal er normaliter sprake zijn van een schenking. Ook in die situatie brengt een redelijke wetstoepassing mee dat voor een dergelijke schenking een beroep op de verhoogde vrijstelling kan worden gedaan. Onduidelijk is hoe de omvang van de schenking moet worden bepaald als de waarde in het economisch verkeer lager is dan de WOZ-waarde als bedoeld in artikel 21, vijfde Sw.

Leeftijd

De begiftigde moet op het moment van de schenking voldoen aan het leeftijdsvereiste (tussen de 18 en 40 jaar zijn). Tijdens de parlementaire behandeling van het Belastingplan 2017 was al toegezegd dat de veertigste verjaardag ook voldoet (cadeautip 😉). Er bestond ook al goedkeurend beleid voor het geval niet de begiftigde zelf maar wel zijn partner voldoet aan het leeftijdsvereiste. Dit omdat partners voor het tarief en de vrijstellingen als een en dezelfde persoon worden aangemerkt. Let op: de jongere partner moet wel zelfstandig kwalificeren als eigenaar van een eigen woning.

Tot slot keurt de staatssecretaris ook goed dat als schenking voor een eigen woning ongedaan is gemaakt (bijv. de schenking is niet of niet tijdig besteed aan de aanschaf van de eigen woning), voor een latere schenking voor een eigen woning door dezelfde schenker onder voorwaarden opnieuw een beroep op de verhoogde schenkingsvrijstelling kan worden gedaan.

Schenkingen onder opschortende voorwaarden voldoen met ingang van 2017 niet meer voor de vrijstelling. Voor schenkingen van voor 2017, waarvan na 1 januari 2017 de opschortende voorwaarde is vervuld, geldt dat de eis van onvoorwaardelijkheid niet van toepassing is. De goedkeuring geldt niet ongelimiteerd. De aan de schenking verbonden opschortende voorwaarde van besteding moet uiterlijk op 31 december 2019 zijn vervuld.

Voorbeeld: vader schenkt in 2016 aan zijn dochter (35 jaar oud) € 50.000 onder de opschortende voorwaarde van aanwending van het bedrag voor de aankoop van een eigen woning (die uiteindelijk in 2018 wordt gekocht). In 2018 wordt aan de opschortende voorwaarde voldaan en kan de dochter de schenkingsvrijstelling gebruiken. Omdat de schenking in 2018 tot stand komt kan vader ook nog gebruikmaken van de mogelijkheid (art. 33a, lid 2 Sw) om aanvullend een bedrag in de twee opvolgende kalenderjaren te schenken. Let op: bij een opschortende voorwaarde komt de schenking pas tot stand als de voorwaarde is vervuld. Op dat moment moet begiftigde aan de leeftijdseis voldoen.

Eerst verbouwen, dan pas schenken

Een aannemer verbouwt een woning in de periode december 2012 tot en met januari 2014. In december 2013 ontvangt de eigenaresse van haar ouders een schenking. Zij wil gebruikmaken van de eenmalig verhoogde vrijstelling voor verbetering van de eigen woning. De inspecteur staat dat alleen toe voor de kosten gemaakt na de schenking. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de voorwaarden niet vereisen dat de schenking vooraf gaat aan het maken van de kosten. Mits aan de overige voorwaarden wordt voldaan, bestaat recht op de vrijstelling. Wel mochten alleen de kosten van na 1 oktober 2013 worden meegenomen, maar die waren al hoger dan de vrijstelling.

Kruislings schenken

Inmiddels is gebleken dat rijke ouders vaker dan één keer gebruik willen maken van de verhoogde schenkvrijstelling voor de eigen woning. Eerst doen de ouders A zelf een schenking aan hun eigen kinderen (A1). Vervolgens zoeken ze andere bemiddelde ouders (B) die eveneens aan die kinderen (A1) de vrijgestelde schenking willen doen. Als tegenprestatie schenken ouders A aan de kinderen B1. Er worden zelfs oproepen gedaan te worden in de krant om dergelijke partijen te vinden! Zelfs Youp heeft er aandacht aan besteed.

De Belastingdienst geeft aan van deze constructie op de hoogte te zijn en deze tweede schenking (op basis van een derdenbeding ex art. 6:253 BW) toe te willen rekenen aan de eigen ouders.

Voor nadere vragen, neem gerust contact op met een van onze adviseurs (055-3559979).

 

[1] Besluit staatssecretaris van Financiën van 29 november 2018, nr. 2018-194402, Stcrt. 2018, 68659

2019-02-14T09:06:02+00:00