Een kwalificerend buitenlands belastingplichtige heeft in beginsel recht op dezelfde aftrekposten en heffingskortingen als binnenlands belastingplichtigen. Dat staat sinds 2015 in de Wet op de inkomstenbelasting (artikel 7.8). Iemand is kwalificerend buitenlands belastingplichtige als hij woonachtig is binnen de aangewezen groep van landen en zijn inkomen (nagenoeg) geheel in Nederland aan de belastingheffing is onderworpen. Dat komt neer op 90% of meer.

Recent zijn hierover twee uitspraken gepubliceerd.

De eerste gaat over een inwoner van België met een bv in Nederland. Hij ontving in 2015 een salaris van € 44.000 en een dividend van € 135.000. Hij wilde de rente betaald op de lening voor de woning in België in aftrek brengen op zijn Nederlandse inkomen. Volgens de inspecteur was hij echter geen kwalificerend buitenlands belastingplichtige omdat het dividend aan België is toegewezen ter belastingheffing (afgezien van inhouding van Nederlandse dividendbelasting). Het inkomen in Nederland is volgens de inspecteur dus niet (nagenoeg) geheel onderworpen aan loon- of inkomstenbelasting. Gerechtshof s’-Hertogenbosch oordeelt dat de letterlijke tekst van de wet de conclusie rechtvaardigt dat het dividend mede in Nederland belast is. Er wordt namelijk geen uitzondering gemaakt voor inkomsten waarvoor Nederland slechts een beperkt heffingsrecht heeft. Bovendien hebben ook de Kennisgroep en het Ministerie van Financiën dit standpunt uitgedragen in correspondentie met het kantoor van deze belastingplichtige. De negatieve kosten voor de eigen woning zijn in Nederland aftrekbaar.

Voor een echtpaar dat in België woonde in 2015 gold dat beiden een 50%-belang hebben in de eigen woning. De man was in 2015 kwalificerend buitenlands belastingplichtige op basis van zijn inkomen, de vrouw niet want zij had uitsluitend in België belast inkomen. Ook samen voldeden zij niet aan het 90%-criterium. De vrouw kon haar aandeel in de hypotheekrente dus niet aftrekken. Een beroep op strijdigheid van de 90%-regel met het EU-recht kon hen niet baten en ook het zogenaamde voetbalmakelaarsarrest (zie hierna) leidt niet tot een gunstige uitkomst.

Ten slotte is er nog nieuws over het zogenaamde voetbalmakelaarsarrest. Dat ging over een in Spanje woonachtige voetbalmakelaar die inkomsten genoot in Zwitserland en Nederland. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de makelaar recht heeft op aftrek van zijn hypotheeklasten in de landen waar hij werkzaam is, omdat in het woonland onvoldoende inkomen werd genoten. In zoverre is de door Nederland gehanteerde norm van 90% voor kwalificerend buitenlands belastingplichtigen dus in strijd met het EU-recht. In een beleidsbesluit d.d. 3 december 2019 heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven dat, vooruitlopend op wetswijziging, Nederland de pro rata methode zal gaan toepassen voor persoonlijke aftrekposten en tegemoetkoming als in het woonland onvoldoende inkomsten worden genoten. Dit besluit werkt terug tot 9 februari 2017 (datum arrest).