De afgelopen jaren is veelvuldig geprocedeerd over de pretbox. Pretbox? Ja, zo werd box 3 aangeduid bij de invoering ervan. 30% belasting betalen over een verondersteld rendement van 4%. Lachen man!

Maar het lachen is menigeen vergaan. Sinds ongeveer 2008 is de rente op spaarrekeningen alleen met een loep nog te zien, en diverse aandelenportefeuilles zagen hun waarde sneller verdampen dan president Trump kan twitteren. En dus werd opeens aangevoerd dat de heffing in de pretbox schandalig was gelet op de onmogelijkheid om het veronderstelde rendement te behalen. Helaas, al deze procedures zijn tot op heden vrij kansloos verloren. Maar van de rechter moest de wetgever wel wat gaan doen. En dat heeft de wetgever ook gedaan.

Met ingang van 2017 is sprake van een stapeling van forfaits in box 3. Er zijn drie vermogensklassen met een wisselende beleggingsmix die elk een eigen verondersteld rendement hebben. Hoewel, verondersteld? De wetgever heeft deze rendementen onderbouwd met feitelijk behaalde rendementen in een redelijk recent verleden. De aldus berekende rendementen worden nog steeds belast tegen 30%. Maar als je niet belegt volgens de veronderstelde vermogensmix, die is afgeleid uit de ingediende aangiften van een aantal voorafgaande jaren, en dus de veronderstelde rendementen niet haalt, is dat nog steeds niet prettig. Dan kun je nog betogen dat sprake is van een individuele en buitensporige last en dat je dus een zielig geval bent. Wanneer daarvan sprake is, is niet duidelijk. Een belastingdruk van 75% wordt echter door verschillende rechters niet als onredelijk gezien. En soms kan de belastingdruk zelfs honderden procenten bedragen (denk aan beleggen in nauwelijks rendement opleverende banktegoeden). Dus de bezwaren houden aan.

Nadat bezwaarschriften over de jaren tot en met 2017 al zijn aangewezen voor de massaalbezwaarprocedure, is ook voor het jaar 2018 deze systematiek gevolgd. Let op: er moet wel bezwaar worden gemaakt! Het is niet zo dat als de Hoge Raad belastingplichtigen in het gelijk stelt, dat dus voor iedereen geldt. En als geclaimd wordt dat sprake is van een individuele buitensporige last, dan zal dat moeten worden aangetoond. Degenen die zich daarop beroepen worden weer uit de massaalbezwaarregeling gegooid en zullen individueel moeten procederen.

Kortom: de reuring rondom box 3 houdt aan.

En laat nou net het Ministerie van Financiën op 15 april te hebben gemeld zorgvuldig te willen omgaan met een gewenste heffing op basis van een werkelijk rendement. Maar er is sprake van een dusdanige complexiteit dat het nog wel even zal duren voordat er een ei wordt gelegd. Dit is dan ook vermoedelijk niet de laatste massaal bezwaarprocedure voor box 3!