Auteur: Gert van den Brink AA

Een collega van mij verzuchtte  “nu begrijp ik het helemaal niet meer”. Voor de beeldvorming: deze collega staat in onze club van vaktechneuten bekend als expert regelgeving.

Waarover ging die verzuchting? Kortgeleden stond in Het Financieele Dagblad een artikel over een tuchtrechtspraak (2018/735) waarin een maatregel werd getroffen tegen de bestuursvoorzitter van Ernst & Young omdat hij als accountant onvoldoende toezicht had gehouden op het kwaliteitssysteem. Er was namelijk een rapport uitgebracht door een actuaris en een pensioenadvocaat onder de algemene naam van het kantoor waarin ook het woord “accountant” voorkomt.

Deze week las ik de volledige uitspraak nog eens goed door. Ik begrijp de verzuchting van mijn collega nu nog beter.

Ik permiteer me een aantal beschouwingen bij deze uitspraak. En vooraf al mijn excuus dat het soms wat vaktechnisch wordt.

Wel of geen NVKS-opdracht

In een vorige column stelde ik vast dat het jammer was dat de rechtbank in uitspraak 19/471 geen beschouwing had opgenomen over de vraag of er sprake was van een NVKS-opdracht of een gelijkwaardige opdracht. Als dat zo is zijn namelijk de Nadere Voorschriften Kwaliteitssystemen (NVKS) van toepassing. En over de toepassing daarvan was nog geen jurisprudentie geschreven. In deze uitspraak komt die vraag (NVKS-opdracht of een gelijkwaardige opdracht) wel aan de orde.

Uit de overwegingen in de uitspraak wordt duidelijk dat in het afgegeven rapport de bewoordingen “rapport van feitelijke bevindingen, oordeel en specifiek overeengekomen werkzaamheden” worden gebruikt. Termen die letterlijk staan in standaard 4400N (de titel en bijvoorbeeld artikel 5). Als een accountant deze terminologie had gebruikt zou de toepassing van tenminste standaard 4400N naar mijn mening buiten discussie zijn geweest (artikel 1 letter a). Een rapport van feitelijke bevindingen die door een accountant wordt uitgevoerd valt als “aan assurance verwante opdracht” onder de definitie van NVKS-opdrachten. Dat roept de vraag op of hier dan geen sprake zou zijn van een gelijkwaardige opdracht. In de definitiebepalingen van artikel 1 van de NVKS staat namelijk de volgende definitie:

“gelijkwaardige opdracht: opdracht die als assurance- of aan assurance verwante opdracht zou kwalificeren en waarop de NV COS zouden zijn toegepast, als deze door een accountant zou worden uitgevoerd”

In de uitspraak over Ernst & Young wordt deze vraag door de rechtbank beantwoord door te constateren dat er sprake is van een overige opdracht. Daarmee is de NVKS niet van toepassing.

Kan een accountant verantwoordelijk worden gehouden voor werkzaamheden van een andere beroepsgroep op zijn kantoor?

De rechtbank constateert hier conform eerdere uitspraken dat dit niet het geval is. Vervolgens wordt met argumenten betoogd dat er wel verantwoordelijkheid bestaat voor het kwaliteitssysteem van die andere beroepsgroep(en). In dit geval een actuaris en een pensioenadvocaat.  Er wordt immers gewerkt onder gezamenlijke naam waarin “accountant” voorkomt. Er had daarom vooraf aan de opdrachtgever duidelijk moeten worden gemaakt dat de werkzaamheden niet als accountant werden verricht. Let wel, die verantwoordelijkheid bestaat terwijl de rechtbank de NVKS niet van toepassing heeft verklaard.

De vraag die daarbij opkomt is of met de door de rechtbank gekozen argumentatie niet feitelijk een verplicht toezicht wordt geïntroduceerd op de werkzaamheden van de beroepsgroepen waarmee de accountant samenwerkt. Zeker nu de rechtbank in zijn overweging 4.16.2 meeweegt dat van de accountant verwacht had mogen worden dat deze de werking van het kwaliteitssysteem ook voor de werkzaamheden van de andere beroepsgroepen had moeten evalueren en maatregelen had moeten treffen.

In artikel 19 van de Wet op het accountantsberoep (WAB) wordt in lid 4 en 5 bepaald dat de verordeningen van de NBA de marktwerking niet mogen verstoren en dat ze alleen betrekking mogen hebben op accountants. Bij de invoering van de NVKS was dat ook de grote worsteling. Wat kan er wel en wat kan er niet binnen een samenwerking worden geregeld. Het “moeten” ingrijpen in het kwaliteitssysteem van andere beroepsgroepen gaat verder dan de NVKS heeft beoogd en schuurt met het verbod van artikel 19 van de WAB.

Voorzichtige en voorlopige conclusies

  1. Blijkbaar betekent opnemen van het woord “accountant” in de naam van een kantoor dat er voor de accountant een verantwoordelijkheid ontstaat voor in ieder geval een kwaliteitssysteem voor alle werkzaamheden die op dat kantoor worden uitgevoerd. Ook al is dat werk verricht door professionals die geen accountant zijn.
  2. Dit heeft naar mijn mening uiteindelijk als gevolg dat samenwerken door verschillende beroepsgroepen onder één gezamenlijke naam waarin het woord “accountant” voorkomt niet meer aan te raden is.
  3. Blijkbaar gaan de vereisten van de VGBA verder dan de NVKS heeft willen uitwerken. Is daarmee is de NVKS door de rechtbank als ontoereikend beoordeeld?
  4. Het te maken onderscheid tussen overige opdrachten en assurance- of aan assurance verwante opdrachten roept nog steeds vragen op.

Ook de accountantskamer worstelt met de vraag hoe ver de verantwoordelijkheid reikt voor de werkzaamheden van andere professionals op het kantoor. Zeker als onder een gezamenlijke naam wordt opgetreden waarin de term “accountant” voorkomt. Met de invoering van de NVKS is een poging gedaan om dit te reguleren. Als deze uitspraak in stand blijft lijkt die poging mislukt.

Per saldo is de onzekerheid in het beroep met deze uitspraak niet afgenomen. Om mijn collega nogmaals aan te halen: “nu begrijp ik het helemaal niet meer”.

Publicatiedatum: 26 september 2019